IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 the smell of.. death

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Morten
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 79
IC Posts : 4
Registratiedatum : 12-10-13

Character sheet
Leeftijd: 17
Chance of Survival: High enough
Partner: All my sour-sweet days I will lament and love

BerichtOnderwerp: the smell of.. death   zo okt 13 2013, 07:45

Langzaam maar voorzichtig liet Morten zich zakken van een schuine dak totdat zijn voeten een plat vlak vonden om op te staan. Zijn ogen weken niet af van de brede straat waar een paar walkers langzaam heen en weer strompelden. De zon was zojuist opgekomen en zodra het licht was geworden, was hij uit zijn schuilplek gekomen, een lege zolder met een stevige luik waar nog geen walker is geweest. De zolder had een groot raam waar hij gelukkig doorheen paste. Lang op deze plek wilde hij niet blijven, ooit zal er een walker komen die sterk genoeg is om de luik te openen. Voor vandaag stond op Morten's programma het verkennen van andere gebouwen. Op zoek naar een andere verstop plek en levensmiddelen. Een paar huizen verderop bevond zich een kantoor van een ooit groot bedrijf.
Hij deed zijn rugzak om en liep over de verscheidene daken richting het kantoor. Het gebouw stond echter los van alle huizen en was bovendien erg hoog. Morten moest dus wel de straat op. Met behulp van een brandtrap kon hij naar beneden komen in een smalle steeg. Roerloos wachtte hij een paar seconden, pas nadat er echt geen teken was van een walker, begon hij de steeg uit te lopen. Op straat liepen een paar walkers, een rij van auto's konden Morten dekking geven. Half door zijn knieën gezakken, liep hij langs de auto's, turend door de ramen naar de paar walkers. De laatste auto stond een paar meter van de ingang af. Hoe vaak hij dit ook deed, hij kon zijn hart voelen kloppen in zijn keel. Even haalde hij diep adem en op het juiste moment trok hij een snelle sprint het gebouw in. Uit zijn riem trok hij een Sai voor het geval er opeens een walker om de hoek mocht komen. De hal lag vol met papierwerk, maar geen lijken of sporen van walkers die hier zouden hebben gegeten. Morten rende richting de trap die naar de volgende verdieping leidde, ook op de volgende verdieping lagen mappen, papieren en alles wat je in een kantoor kunt vinden. Aan het eind van de gang vond hij twee zwarte gesloten deuren. Vlugjes keek hij achterom voordat hij zijn vingers om de klink heen zette. Met een Sai in de andere hand, opende hij de deur. Een verschrikkelijke walm van doden ontsnapte uit de zo te zien vergaderkamer. Snel bedekte hij zijn neus en mond met zijn hand, hij voelde zijn maag al stuiptrekkingen maken. Om zijn maaginhoud binnen te houden wendde hij zich van de deur af en uit zijn rugzak pakte hij een lapstof die hij voor zijn neus en mond kon houden. Wanneer hij er zeker van was dat hij niet over zijn nek ging, keek hij terug de vergaderkamer in. Zijn hart sloeg een slag over zodra hij de tientallen lijken zag. Verstijft bleef hij in de deuropening staan. Al deze mensen hadden ervoor gekozen om er zelf uit te stappen.  Morten kon ze het niet kwalijk nemen, hoe de situatie er nu uit zag, had hij misschien dezelfde keuze gemaakt. Hij had echter zijn familie nog die hij moest vinden. Het zag er somber uit, maar de hoop opgeven wilde hij niet. Hij moest en zou zijn familie vinden, hoe dan ook. Kort haalde hij diep adem voordat hij de deur weer sloot. Daar zou niks bruikbaars liggen.
Plotselinge gekraak liet Morten opschrikken en direct wendde hij zijn hoofd richting het geluid. Een walker. Zijn hart begon gelijk al sneller te slaan, nog sneller wanneer zijn blik en de blik van de walker elkaar kruisen. Een vreemd gebrul kwam uit de mond van de walker. Achter hem verscheen nog een walker die zojuist een kamer uitliep. Daarop volgden nog een paar. Ieder hongerig en uit op het vlees van Morten. ‘Shit’ vloekte hij binnensmonds. Zonder te twijfelen maakte hij zich uit zijn voeten,  de trap naar beneden kon hij niet nemen, want ook daar klommen walkers naar boven toe. De enige weg was naar boven toe. Hij rende trap op, tegen ze vechten kon hij niet, het waren er te veel en werden er steeds meer. Hij moest een raam zien te vinden en naar buiten klimmen.  De derde verdieping zal wel niet al te hoog zijn, bovendien had het gebouw gunstige uitsteeksel waarop je makkelijk kon lopen. Morten rende de eerste beste kamer in, deze was al overhoop gehaald, tegen de muur aan stond een redelijk grote kast waar hij wel in paste. Hij opende kastdeur en gooide alles uit de kast en propte zich erin. Snel sloot hij de deur, hij kon nog door de smalle gaten de kamer in kijken. Zodra hij de schaduw van een figuur kon zien liet hij zich zachtjes zakken. Opnieuw voelde hij zijn hart tekeer gaan. Zou dit dan misschien het einde zijn?

MORTEN
we are the soldiers
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jeremy
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 154
IC Posts : 6
Registratiedatum : 12-10-13
Leeftijd : 25

Character sheet
Leeftijd: 17 jaar
Chance of Survival: Fair
Partner: You ran into the night and can't be found.

BerichtOnderwerp: Re: the smell of.. death   do okt 24 2013, 13:38




WHY CAN'T THE MOON STAY FULL FOREVER

no matter how many breaths that you took you still couldn't breathe
crash, crash burn

Dikke grijze wolken glijden al uren langs de waterige zon die halfhoog aan de hemel staat. En dat is ook meteen een van de redenen waarom Jeremy al uren vast zit in zijn zelf geïmproviseerde hutje, een klein iets wat hij een maand geleden gebouwd heeft en nu sinds enkele weken weer bewoonbaar heeft gemaakt. Dat hield voornamelijk bomen snoeien, takken breken en beesten wegjagen in, en met name het laatste is waar Jeremy krassen over zijn onderarmen aan heeft overgehouden. Het ergste is dat je ze niet eens ergens de schuld van kunt geven. Zelfs dieren voelen dat het niet meer veilig is op hun primaire verstop plekjes. Heck, niemand is meer veilig op hun oude vertrouwde plek, anders was er wel een ander hol waar Jeremy liever zou zitten. Ergens waar meer te zien was als alleen maar bomen, gras en het sporadische hert zo af en toe bijvoorbeeld. Een krakerig zuchtje glijd over Jeremy's gebarsten lippen tijdens een van zijn honderdste blikken op de kleine voedselvoorraad achter hem. Niet veel later hoort hij zijn buik rommelen en betrekt zijn gezicht in een reflex. Honger, al dagen en dagen smacht Jeremy naar het eten wat achter hem ligt maar hij weet ook dat als hij daar nu aan begint hij het tot de laatste kruimel weg kaait. En dat zou betekenen dat hij er alwéér op uit moet om eten te gaan halen, en met andere woorden wéér zijn leven moet riskeren. Maar dat is misschien nog beter als hier in dit muffige hutje de hele dag voorbij zitten te staren.

Een aantal minuten lang gaat de verleidende gedachte om hier weg te wezen nog door Jeremy's hoofd, tot dat hij gewoon abrupt op staat en naar zijn zelfgemaakte kapstok loopt. Fysiek aanwezig maar psychisch afwezig vist hij zijn vest van de kapstok, en rommelt vervolgens wat tussen een hoop rotzooi tot hij het handvat van een paraplu vind. Je weet maar nooit wanneer het ding in dit soort situaties van pas kan komen. Zelfs als een wapen is het ding al nuttig. Als laatste pakt hij zijn rugzak van de grond af en slaat deze om zijn rug. Bepakt en bezakt loopt hij de plek uit waar normaal een deur zou moeten staan en is hij meteen omgeven door hoge bomen en de geur van mos. Dit is waarschijnlijk het enige wat positief is aan de hele situatie, de kans om elke dag de zonsopgang te zien en de geur te ruiken van mos of nat gras. Maar geloof het of niet zelfs die twee dingen worden saai en 'gewoon' wanneer je er elke dag middenin zit. Nog altijd psychologisch afwezig loopt Jeremy op de automatische piloot richting de stad Fresno. In Bakersfield is de laatste tijd sowieso geen eten en of drinken meer te vinden, aangezien iedereen die nog leeft daar voorzieningen denkt te halen. Bakersfield word tenslotte gepromote als de plek waar het minste walkers rondlopen, nou surprise surprise als ze je toch staan op te wachten op elke hoek en kier. Veilig is het nergens, zelfs niet bij die mensen die denken dat ze oh zo veilig zitten. Ze zitten als een rat in de val, net als ons allemaal.

Een klein half uur later loopt Jeremy op een sukkeldrafje door de stad Fresno heen, zichzelf verschuilend in elke schaduw die hij kan vinden. Jeremy gelooft zijn ogen bijna niet bij het zien van al die walkers, de weg barricaderend tussen hem en de plek waar hij het meeste kans heeft op eten. Gefrustreerd ramt hij een gebalde vuist tegen het huis aan waaronder hij schuilt. Dit geluk van hem ook altijd. Terug gaan is geen optie meer, inmiddels heeft hij alweer zoveel energie verbruikt dat zijn maag bijna zichzelf gaat opeten als hij nu niets vind en opeet. Zachtjes begint Jeremy te bijten op zijn onderlip, zijn ogen de omgeving onbewust onderzoekend. Net wanneer hij het wilt opgeven en toch wilt omdraaien raken zijn ogen een gebouw niet te ver van hier en niet te dichtbij de walkers. Hij zou het mogelijk kunnen halen als hij een sprintje trekt van die auto daar naar de ingang. Zonder twee keer er over na te denken sprint hij als een haas naar de auto. Kort kijkt hij voorzichtig om het hoekje of niet een van de walkers hem gezien, gehoord of geroken heeft. Na geconcludeerd te hebben dat dit niet het geval is haalt Jeremy opgelucht adem voordat hij de laatste sprint naar de ingang van het gebouw trekt. Meteen nadat hij een voet binnen het gebouw heeft gezet vraagt hij zich af waarom hij hier naar binnen is gegaan. Het is duidelijk iets van een kantoor of iets in die trant, en waar we vroeger iets hádden aan een telefoon of een computer is het hele nut ervan nu verdwenen. Nuja, een mobiel zou wel handig zijn bedenkt Jeremy zich alweer onderlip sabbelend. Uit frustratie propt hij zijn handen in zijn zakken, frickin useless day. Naja, nu we toch hier zijn kunnen we er ook maar beter het beste van maken besluit Jeremy simpel.

Met zijn interesse niveau op een laag pitje loopt Jeremy door de enorme ruimte heen die 'saai' schreeuwt. Alles is in dezelfde kleur, de indeling is standaard en de geur die er hangt is ook al zo klinisch. Verschrikkelijk. Het enige wat er werkelijk nog aan ontbreekt zijn de netjes gestapelde bergen van papieren, die nu door de onwaarschijnlijke chaos over de vloer verspreid zijn. Wanneer zijn linkervoet op een van de papieren eindigt neemt Jeremy kort de moeite om zijn titel te lezen: Rekeningenoverzicht. Dan was dit vast een soort bank geweest, of in ieder geval een kantoor van iets dat te maken had met geld. En wat had tot voor een paar maanden geleden er nu ook niet mee te maken? Je zou bijna geluk vinden door het kijken naar de ooit rijke mensen, nu neergehaald naar 'slechts' mensen van het normale leven. Mensen die het nu even zwaar hebben, al niet zwaarder, als mensen die dit shitleven al gewend zijn. Eens zien hoe geld je nu nog kan helpen bedenkt Jeremy zich bijna sadistisch. Misschien dat Jeremy in de afgelopen jaar gewoon een kleine haat jegens mensen heeft gecreëerd die geld hadden om er in te zwemmen terwijl zijn eigen familie op de knieën moest gaan om niet uit het huis gezet te worden. Wat dat betreft is dit alles geen probleem maar eerder een herinnering aan die o zo wijze uitspraak. Geld maakt niet gelukkig.

Zodra Jeremy de eerste verdieping, ofwel de begane grond uitgekamd heeft op verdwaalde Snickers of marsen struint hij langzaam de trap op naar boven. Zijn voet hangt nog boven de laatste treden wanneer hij verrast wordt door het aangename gezelschap van een aantal walkers, not. In een reflex trekt hij alle naalden uit zijn broek, zodat hij nu bewapend is met 8 dodelijke naalden. Hij zet de laatste pas naar boven en grimast lichtelijk manisch. Laat maar komen bedenkt hij zich bitter. Twee walkers zouden niet zo'n probleem moeten zijn, laten we hopen dat het daar bij blijft voor nu. In een vliegensvlugge sprint rent hij op de eerste meest dichtstbijzijnde walker af, weet zich langs de walker te duiken en een naald in zijn hersenkwab te steken, precies de plek waar de walkers hun laatste connectie met de aarde hebben. Naja, deze nu niet meer. De ander van de twee pruttelt wat in zijn eigen smerige taaltje maar nog voordat het ding zijn zin heeft kunnen eindigen steekt er al een naald door alle lagen van zijn huid heen, en geeft Jeremy nog een klap tegen zijn hoofd aan als finish. Hij plukt zijn naalden weer uit de stinkende huid van de walkers en steekt ze vervolgens weer allemaal terug in zijn broek, en dat was het einde van hun verhaal. Bij een plots geluid wat lijkt op een kastdeur schrikt Jeremy weer overeind. Nog een walker!? Hij draait zich om naar de kamer waarvan het geluid afkomstig is en staart met puppy ogen naar de kastdeur. Zouden walkers überhaupt in staat zijn om in een kast te kruipen? Peinst Jeremy kort. Whatever, walker of niet nu het zijn aandacht getrokken heeft zal het blootgesteld worden aan het daglicht. Iets houterig loopt hij de kamer binnen en gaat een eindje van de kast vandaan in kleermakers zit zitten. Heel even wacht Jeremy af tot dat hij zijn blik kort op de kast werpt. Ze zijn weg, zodat je het weet. Zegt de normaal zo asociale Jeremy op een vriendelijke wijze tegen het nog onbekende individu. Zou pas lachen zijn als het dadelijk blijkt dat hij tegen een lege kast zat aan te praten.. Yeah, daar ziet hij zichzelf nog toe in staat. Licht kreunend leunt Jeremy zijn hoofd tegen de muur aan, zuchtend. Yeah ik ben niet gewond geraakt bedankt voor het vragen. Vult Jeremy geamuseerd een ongestelde vraag in. Zijn ogen dalen naar de grond en wijken dan weer af naar de deur. Schuilen zal je niet redden.. mompelt Jeremy zachtjes, wellicht onhoorbaar. Dat is waarschijnlijk het enige waar Jeremy in een mens een hekel aan heeft, schuilen en afwachten. Wachten tot de laatste klap komt is niet iets voor Jeremy. Dan maar vechten tot je erbij neervalt, beiden leiden toch tot hetzelfde. Deze laatste gedachte leidt tot een smalle glimlach, geprojecteerd in de richting van de nog gesloten kastdeur. Come out come out whoever you are..

Ok, it's far from perfect. I really hate it actually. Succes ermee~ <3

IT'S NOTHING THAT I NEED TO SAY


Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Morten
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 79
IC Posts : 4
Registratiedatum : 12-10-13

Character sheet
Leeftijd: 17
Chance of Survival: High enough
Partner: All my sour-sweet days I will lament and love

BerichtOnderwerp: Re: the smell of.. death   vr okt 25 2013, 21:07

Neergezakt zat hij zwijgend tegen de wand van de kast aan. In een zeer comfortabele houding zat hij niet aangezien de kast net te krap was voor zijn lengte. Hopelijk zou de walker hem niet kunnen ruiken. Langer dan een half uur kon hij niet in deze houding zitten. Zijn benen waren licht gebogen waardoor hij in een halve ‘zit’-houding stond. Normaliter zou hij zo’n houding met gemak volhouden. Maar het gebrek aan genoeg eten maakte hem uiteraard zwakker. Niet te vergeten het gebrek aan slaap. De gedachte dat er zomaar walkers zouden kunnen komen die hem levend opvreten in zijn slaap kan hem geen goede nachtrust geven ondanks het feit dat hij eigenlijk een redelijk veilig onderkomen had. De herinnering aan de horde walkers op de highway gaf hem nog een nare rilling. Voor zijn ogen zag hij hoe zij zich tegoed deden aan de mensen die tevergeefs probeerden te ontsnappen. Zonder genade rukten ze het vlees van hun lijven af en met zijn allen hoopten de walkers zich op rondom de lichamen. Dit gaf Morten en zijn familie wel de tijd om te ontsnappen. Niet alleen hen echter, ook een hoop andere families, waardoor Morten in de menigte werd opgeslokt en als het ware iedereen verloor. Hij had nog niet de hoop opgegeven dat hij zijn familie zou vinden. Hij wist alleen niet waar hij moest beginnen.

Morten strekte zijn nek om door het minuscule gaatje te kijken. Enkel het lijf van de waarschijnlijke walker was zichtbaar, houterig bewoog deze zich de kamer in voordat hij zich liet neerzakken op de grond. ‘Ze zijn weg, zodat je het weet.’ Klonk een vriendelijke stem. Zijn adem stokte wanneer hij de stem hoorde. Walkers kunnen niet praten, enkel vreemd kreunen. ‘Yeah ik ben niet gewond geraakt bedankt voor het vragen.’ Weerklonk er na een tijdje weer. In een staat van verwarring bleef Morten nog muisstil in de kast zitten. Het was weer een  tijd geleden dat hij een echt levend persoon was tegengekomen. Hij ging graag alleen op pad, want dat was een stuk makkelijker. Bovendien verwachtte hij niet iemand die hem bij kon houden tenminste hij verwachtte niet al teveel leeftijdsgenoten tegen te komen.

Zacht gemompel deed hem weer beseffen dat hij nog in de kast zat.  ‘Come out come out whoever you are..’ Ja, het was zeker een mens en geen walker die een hap uit hem wilde. Langzaam strekte Morten zijn benen om niet direct tegen de bovenkant van de kast aan te knallen. De kastdeuren opende hij en met een gebogen rug stapte hij de kast uit. Om vervolgens zijn houding te corrigeren en in volle lengte recht te gaan staan. Zijn ogen werden direct getrokken door een Aziatische jongen in kleermakerszit. Ongeveer dezelfde leeftijd als hij zelf, maar kleiner van lengte en een stuk dunner. Zijn ogen waren groot, tenminste als je naar het beeld van anderen tegenover Aziaten kijkt, welgevormde neus en lippen, zijn gezicht zag er daarentegen wel wat vermagerd uit. Vast hetzelfde verhaal: gebrek aan eten. Al en al een knappe jongen, hij gokte ook Koreaans. Van alle mensen die hij zou tegenkomen is het iemand van zijn leeftijd en misschien wel dezelfde afkomst. Zou het misschien een teken zijn van de zogenaamde God, die in deze barre tijd iedereen eigenlijk laat stikken. Ze zouden elkaar namelijk kunnen helpen, misschien was hij zijn familie ook ergens kwijtgeraakt. Daarvoor moest hij wel echter de jongen doorgronden of hij wel te vertrouwen is.

Een geforceerde glimlach vormde op zijn lippen. Wat moest je zeggen in zo’n situatie? Het leek net of iemand hem had betrapt dat hij in de kast zat. Je kon moeilijk gewoon ‘hai’ zeggen tegen de eerste levende persoon die je tegenkomt. Vlugjes scande Morten de jongen op eventuele schrammen of een beet. Maar inderdaad hij was ongedeerd. Schijnbaar iemand die een betere vechter was, aangezien hij langs de walkers is gekomen. ‘’Zijn er nog walkers in het gebouw?’’ Was het eerste dan dat hij kon uitbrengen. Ondertussen waren zijn donkerbruine kijkers gericht op twee ramen. Dat hij die niet eerder had gezien. Hij bewoog zich naar het raam toe en deed een poging om het raam te openen. Uiteraard zat hij op slot, het raam had een hendel met een slot. Uit zijn rugzak viste hij een schroevendraaier waarmee hij het slot kon openkrijgen met wat gefrunnik. Morten wendde zich weer naar de vreemdeling. ‘’Nog iets gevonden? Als je wilt kunnen we het gebouw nog doorzoeken. Maar ik kon zo niks vinden.. ‘’ Even stak hij zijn hoofd uit het raam en het gebouw had inderdaad een soort richel waar je wel overheen kon lopen. Ja, als je je plat tegen de muur aan duwt en voorzichtig opzij loopt. Of je kon natuurlijk de voordeur nemen als er geen walkers meer rondlopen.

its fine~ hopelijk kun je hier iets mee^^;
MORTEN
we are the soldiers
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jeremy
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 154
IC Posts : 6
Registratiedatum : 12-10-13
Leeftijd : 25

Character sheet
Leeftijd: 17 jaar
Chance of Survival: Fair
Partner: You ran into the night and can't be found.

BerichtOnderwerp: Re: the smell of.. death   za okt 26 2013, 09:28




WHY CAN'T THE MOON STAY FULL FOREVER

no matter how many breaths that you took you still couldn't breathe
crash, crash burn

Beetje bij beetje vallen Jeremy's ogen dicht terwijl hij de semi-witte muur als rugsteun gebruikt. Echt goede slaap heeft hij in tijden al niet meer gehad. Hij is alleen, en alleen zijn betekent altijd op je hoede zijn, met alle gevolgen van dien. Ergens verbaasd Jeremy zich nog altijd om het feit dat zijn lichaam het allemaal nog volhoud.. Je zou toch zeggen dat hij het ondertussen genoeg redenen heeft gegeven om er mee op te houden en toch.. Zo zie je maar dat het kopje overleven toch nog ergens in onze materialistische lichamen schuilt. Niet bij allemaal zo bleek de eerste paar weken. Mensen die het psychologisch nu niet meer zagen zitten of te gewend waren aan hun normaal zo veilige leventje vielen een voor een van het stokje, als vogels op een elektriciteitskabel. Naast die mensen heb je nog het handje vol mensen die de strijd aangaan maar niet alleen aangaan maar ook opzoeken. Die mensen zijn in Jeremy's ogen net zo suïcidaal als die mensen die het niet eens geprobeerd hebben en behoren dan ook tot Jeremy's haat lijst. Als allerlaatste heb je nog de mensen die zich verstoppen en doen wat ze moeten doen om te overleven, tot die groep behoort Jeremy en eveneens de mensen van safe haven. Safe Haven, de plek voor angsthazen en hun leiders naar Jeremy's mening dan. Het woordje angsthaas doet een soort rode lamp in Jeremy's hersenen oplichten waardoor zijn ogen open schieten en zich weer focussen op de gesloten houten kastdeuren. Een angsthaas, of gewoon een oase van wat Jeremy dacht gehoord te hebben? Een hersenschim gecreëerd uit pure wanhoop? Zou het nu dan toch zover zijn dat zijn psychologische kant het hem liet afweten? Zou hij gestoord zijn geworden van pure eenzaamheid?

Het antwoord is nee. Een gestoorde zou nooit zo helder na kunnen denken over de situatie, niet zijn gedachten kunnen analyseren en besluiten dat die ene gedachte raar is. Voor een gestoorde zou die gedachtegang normaal zijn, Jeremy. Je bent niet gestoord, niet op dit moment in ieder geval. Een krakerig zuchtje glijd over Jeremy's lippen heen waarna hij een aantal keren flink moet hoesten. Klotezooi. Het is meteen na zijn hoestbui dat hij weer geluid uit de kast waarneemt. Zie je? Niet gestoord. Met zijn hand nog voor zijn mond richt hij zijn hazelnoot bruine ogen aandachtig op de twee kastdeuren. Kort fantaseert hij over wat voor persoon er uit zou komen.. Een klein iel meisje met een teddybeer in haar handen, is het vooroordeel waartoe Jeremy besluit. Wanneer de kastdeuren dan ook open zwaaien kan Jeremy het niet laten om licht verbaasd naar de jongen te kijken. Géén meisje dus. Jeremy's ogen maken een korte tour over zijn lichaam heen om ook tot de conclusie te komen dat de teddybeer ontbreekt. Het meeste waar hij ernaast zat is zijn lengte. Hoe groot zal hij zijn!? Groter als Jeremy zelf zoveel is duidelijk. De jongen zijn geslacht en lengte is overigens niet het enige wat als een verrassing komt. Het is ook zijn afkomst en leeftijd die Jeremy gek doet opkijken. Tot nu toe is Jeremy enkel wat oudere mensen tegengekomen laat staan een Aziaat. Voor hij té zeer gaat staren heeft Jeremy zijn ogen alweer onder hem gericht. Een ietwat gelukkige glimlach is intussen op Jeremy's lippen verschenen. Het feit dat er nog meer leeftijdsgenoten rond lopen is een geruststellend idee, bovendien is deze jongen van ongeveer dezelfde afkomst wat hem meteen meer.. huiselijk maakt? In ieder geval makkelijker om te benaderen, ofzo..

De jongen voor hem glimlacht ook, misschien licht geforceerd omdat zijn ogen achterblijven in het geheel. Jeremy wilt net zijn mond open trekken wanneer hij onderbroken wordt door de jongen zijn stem. Geen begroeting, geen dankjewel nee gewoon een vraag, een vraag.. Oké het is niet dat Jeremy nu zo'n geweldige eerste indruk had achter gelaten maar.. ach whatever. Niet dat ik weet maar ik kan niet zeggen dat ik heel het gebouw heb af gezocht. Zo suïcidaal ben ik nu ook weer niet. Zijn de wel uitgekozen woorden van Jeremy, duidelijk oplettend hoe en wat de jongen zijn reacties en intenties zijn. Dat de wereld in een klap gereinigd wordt betekent dat nog niet dat de 'slechte' mensen daar aan meedoen.. Niet vrijwillig in ieder geval. Jeremy krijgt niet echt de indruk dat de jongen naar hem geluisterd heeft aangezien hij zich in de tussentijd van de kast naar het raam heeft verplaatst en vanaf daar nu met zijn rug naar hem toe staat. Jeremy volgt de jongen zwijgend met zijn ogen, geïnteresseerd in elke beweging en actie die hij onderneemt. Het slot wat op het raam zit heeft de jongen binnen no time opengemaakt wat een opgetrokken wenkbrauw oplevert van Jeremy's kant. W-..wat ben je van plan? Vraagt Jeremy ineens aan de jongen, zijn bruine ogen van het raam naar de jongen verplaatsend. Springen nadat hij hem gezegd heeft dat hij principieel nu even veilig is? Jeremy schud zijn hoofd eenmalig om bij de les te blijven en komt daarna zelf overeind, zich nu pas bewust wordend van de lengte van het andere organisme in de ruimte. De vraag die volgt is een haast zakelijke vraag. Samenwerken..!? Bedenkt Jeremy zich vanbinnen sarcastisch. Het is pas na een paar seconden dat Jeremy zich beseft dat hij dan voor de eerste keer in een maand niet meer alleen is. Het is een kantoor, wat verwacht je te vinden? Komt er uiteindelijk bitcherig uit. Jeremy propt zijn handen in zijn zakken, duidelijk zuchtend. Wat is je naam? Komt er vervolgens weer vriendelijker uit, Jeremy's gelaat trekken volledig glad gestreken. Hij was o zo nieuwsgierig maar wilde de jongen enerzijds niet de stuipen op het lijf jagen met zijn vragen. Hoe oud ben je? Is de volgende vraag, En ben je alleen? Is de vraag die daar weer op volgt. Jeremy drukt zich voor een moment kort langs de grotere jongen en staart naar beneden. Hij fluit van hoog naar laag en zet dan een pasje naar achteren. Lange val. commenteert hij simplistisch om zijn ogen daarna van dichtbij over de huid van de ander te laten strelen. Ik moet toegeven het is al lang geleden dat ik iemand van mijn eigen leeftijd ben tegengekomen. Zegt Jeremy uiteindelijk, nog iets meer afstand nemend van de jongen. En nog nooit in een kast.. voegt hij er daarna sarcastisch aan toe. Maar tegenwoordig heb ik wel veel eerste ervaringen met dingen.. dit is er gewoon een van. Zegt hij warm glimlachend, hij wil niet dat de jongen weg gaat. Niet zonder hemzelf in ieder geval. .. Laat me niet achter is de gedachte die in de achterkant van Jeremy's hoofd ronddwaalt hopend geen waarheid te vinden.

Natuurlijk~ Zoo heb ze even wat gespreksstof gegeven ^^ Poor Jeremy is afraid dat ie uit het raam gaat springen n'aww. xD

IT'S NOTHING THAT I NEED TO SAY


Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Morten
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 79
IC Posts : 4
Registratiedatum : 12-10-13

Character sheet
Leeftijd: 17
Chance of Survival: High enough
Partner: All my sour-sweet days I will lament and love

BerichtOnderwerp: Re: the smell of.. death   zo okt 27 2013, 06:40

Ergens voelde Morten blijdschap en hoop. Ergens, een heel beetje. Het kleine beetje hoop was de nog levende jongen tegenover hem. Een leeftijdsgenoot, iemand van dezelfde generatie. Het was niet echt iets voor Morten om de hoop te verliezen door een verschijnsel genaamd eenzaamheid. Vroeger vond hij het juist heerlijk en genoot hij van de momenten die hij alleen op straat doorbracht. Maar vroeger was anders, vroeger kwam hij thuis en werd hij begroet door zijn broer. Op straat riepen mensen hem boze dingen na als hij kattenkwaad uithaalde. In de meeste gevallen zocht hij een plekje voor zichzelf weg van de drukte en het hectische leven in de stad. Nu was de stad een grote diepe hol. Het was de gedachte dat hij zijn familie zou vinden die hem op de been hield. Dat ze het wel zouden overleven met Finley. Hij liet het echter niet blijken aan de vreemdeling. Hij weigerde om teleurgesteld te worden, hij weigerde om die hoop te koesteren. Maar om het totaal in het niet te gooien wilde hij ook niet. Dus moest hij het verstandig aanpakken.

De jongen verbrak de korte stilte die was ontstaan na zijn vraag. 'Niet dat ik weet maar ik kan niet zeggen dat ik heel het gebouw heb af gezocht. Zo suïcidaal ben ik nu ook weer niet.' Makes sense. Morten keek de vreemdeling niet aan. Hij had hem weliswaar gehoord, maar was nog gefocust op het raam. Waarschijnlijk zullen er nog wat walkers rondlopen in de andere kamers. Veel echter niet meer, de meeste mensen die in het gebouw waren, zijn er toch al uitgestapt. Walkers die binnen waren zouden dus van buiten komen, ze komen alleen niet vaak gebouwen in. Het zou veilig genoeg kunnen zijn om weer naar beneden te gaan en via de voordeur weg te gaan. Maar wie weet wat je beneden vond, misschien hebben de walkers vlakbij de ingang wat onrust opgemerkt en zullen ze wel naar binnen zijn gegaan. Morten had geen zin om dat risico te nemen, hij had het raam nu open gekregen en langs de zijkant kon je wel lopen. En misschien kon je zelfs via een lager gelegen gedeelte naar een ander dak gaan. Nee, dat kon niet, het kantoor stond los van de andere gebouwen. Diep in gedachten, zijn plan bedenkende, stopte hij de schroevendraaier terug in zijn tas. Hij staakte het denken wanneer hij een vraag hoorde: 'W-..wat ben je van plan?' Morten wendde eindelijk zijn hoofd naar het kleinere individu naast hem. Hij was verbaasd dat de vreemdeling zo reageerde. Het leek hem nogal duidelijk dat hij van plan was te gaan ontsnappen. Tenzij, ah, nee, Morten was niet van plan te springen. Ondanks dat hij de hoop een beetje had opgegeven was Morten zelf ook niet 'suïcidaal'. En als hij het toch zou doen dan niet voor de neus van een wildvreemde. Maar was de jongen bang dat hij zou gaan springen? Zijn vraag kwam er nogal onzeker uit. Hij meende misschien angst te horen in zijn stem? Ergens kon Morten hem wel begrijpen. Je vindt nu amper levende mensen en om dan weer gelijk afscheid te nemen van eentje die je net ben tegengekomen is ook een beetje triest. Hij hoefde zich nergens druk om te maken. Morten ging nergens heen, hij liet het alleen niet blijken.

Op het moment dat Morten zijn mond opentrok om de jongen enigszins gerust te stellen, kreeg hij een bitcherig antwoord naar zijn hoofd geslingerd. Hij sloot direct zijn mond. Dit individu is vreemd. Zijn gezicht had nog geen spier vertrokken, dezelfde neutrale uitdrukking was van zijn gezicht af te lezen. "Cup-a-soup." Gaf Morten zeer droog antwoord op zijn vraag. Oké, dat was niet een serieus antwoord, maar geef toe zoiets hebben kantoren wel altijd. Hij nam dat in ieder geval aan als een ‘nee’. Dan wordt het ontsnappen via het raam en weer verder op pad naar iets anders. Alleen of met een partner. Één voet zette hij al op het kozijn van het raam, terwijl zijn handen de zijkanten vastgrepen. Zijn plan moest hij echter weer staken door een onderbreking die de jongen met zijn geluid veroorzaakte. Een storm van vragen komt er plots van hem af. Dit keer wel op een vriendelijker toon. Dit individu is nog steeds vreemd. ‘Wat is je naam? Hoe oud ben je? En ben je alleen?‘ Waren de vragen. Redelijk  standaard vragen. Op de ‘ben je alleen’ na. Hij liet het raam los zodat de jongen een blik naar beneden kon werpen. ’’Morten, 17 en ja, ik ben alleen.’’ Beetje kortaf. Het waren in ieder geval serieuze antwoorden. Morten's blik volgde de fluit, zijn blik gleed van de grond terug naar het gezicht van de jongen. Schijnbaar had hij niet de 20 cm brede richel gezien die als een soort kroonlijst diende. Hij reageerde dus niet op zijn opmerking in plaats daarvan ging hij verder met praten: "Ouders en broer kwijt geraakt op de high way." Hij voelde zich op een of andere manier verplicht hem een iets uitgebreidere antwoord te geven. Opnieuw grepen zijn handen de zijkanten van het raam vast. De jongen zei nog iets van over dezelfde leeftijd. Luisteren deed Morten echter niet, hij was gefocust op zijn 'sprong'. Zijn andere been sloeg hij over het kozijn heen zodat nu beide benen gevaarlijk uit het raam bungelden. Met een ernstig gezicht keek hij de vreemdeling aan. "Het was goed je gekend te hebben. En bedankt voor het redden". Ja, heel even was Morten bijna vergeten hem te bedanken. Zonder hem had hij waarschijnlijk uren in die kast gezeten. Zijn rugzak schoof hij van een schouder af opdat deze niet in de weg zou zitten als hij naar beneden sprong. Langzaam lieten zijn handen het raam los en gleed hij van het kozijn af. Totdat hij net met zijn hoofd niet meer zichtbaar was, landde hij met zijn voeten op de smalle richel. Zijn lijf drukte hij tegen de muur aan om te voorkomen dat hij alsnog over de richel heen zou vallen. Ondertussen wierp hij zijn blik omhoog. Hij kon niet helpen om licht geamuseerd te voelen. Een mondhoek trok omhoog tot een scheve grijns. "Kom je nog? Of neem je liever de voordeur? Dan zie ik je anders daar wel." Langzaam opzij schuivend bewoog hij zich naar een groter uitstekend gedeelte van het gebouw. Hierop kon hij wel gewoon staan en lopen. Hopelijk had Morten de 'sprong' zo realistisch mogelijk uitgevoerd zodat het leek alsof hij echt een einde aan zijn leven wilde maken.

Hij liep naar de rand van het soort dak van het gebouw. Vanaf deze hoogte had hij wel goed overzicht van de stad. Zijn kijkers zochten de omgeving af op gebouwen die hij nog niet verkend had. Een paar walkers op straat, winkels, huizen die al geplunderd zijn, een supermarkt. Wacht, die supermarkt. Morten was al een keertje naar die supermarkt geweest. Leeg geplunderd uiteraard, op een magazijn deur na die op slot zat. Op de deur stond niks van 'dead here' en er kwamen ook geen hongerige kreunen eruit, dus er zou iets van eten kunnen liggen daar. Het begon alleen te schemeren waardoor hij geen tijd meer had om wat te ondernemen. Daarna is hij zonder reden eigenlijk niet meer teruggegaan. Morten draaide zich om, om te kijken of de jongen nog zou komen of niet.

Gheh, Morten kon het niet laten om 'm een beetje te pesten :3 maargoed einde is een beetje flut, niet zoveel spraakstof, dat komt nog wel denk ik xD maar in ieder geval wel wat dingen om te doen? ;D
MORTEN
we are the soldiers
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: the smell of.. death   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
the smell of.. death
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Death is unstoppable. One must face it as a fact of life ✝
» Bloody! [Brokensong's death topic]
» Pain, Death [Mirror&Bone&Goldtail&Fightspirit]
» This is a Fight to the Death [Closed]
» {Innerstar's Death} Hide & Seek

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
DeathWalker :: California :: Fresno-
Ga naar: