IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   zo nov 10 2013, 09:15

Zwijgend staarde de jonge vrouw voor zich uit. Het beeld dat negentig graden was gedraaid, alsof het scherm waar ze naar keek was omgevallen. Het was echter geen scherm, het was de echte realiteit. Een realiteit die soms niet helemaal door wilde dringen. De regen die zachtjes tikte; tegen het dak, tegen de bladeren, tegen de grond; tegen alles eigenlijk, was het enige wat haar brein wel gelijk als echt kon beschouwen. De rest niet. Er was een soort van vaagheid aanwezig, alsof de informatie niet eens aankwam; er een storing was en de prikkels dus nooit aankwamen op hun bestemming: de plaats van verwerking.
Uiteindelijk kwam ze langzaam overeind, strekte haar armen en liet ze daarna langzaam zakken eveneens als haar blik. Het deken wat ze had was dun en de nachten werden steeds kouder… Nu paste haar lichaam zich er vrij goed aan aan, maar ze voelde alsnog de behoefte om opzoek te gaan naar iets wat meer warmte kon bieden – gewoon voor het geval dat. Een soort van back-up was altijd wel fijn, zo was er ook altijd die “check-check-dubbelcheck” regel geweest als het aankwam op het verifiëren van informatie. Je had een back-up nodig stel jouw ene argument bleek niet geldig te zijn. Nu had ze hier ook niet echt een vaste back-up, maar voor kleine dingen kon ze wel voor dergelijke vervanger zorgen indien die nodig was.
Ze gooide de deken van zich af en kwam overeind, strekt even haar hele lichaam – ging hierbij op haar tenen staan – en kwam uiteindelijk in beweging. Haar broek had ze al aan, eveneens als een simpel hemdje dat eerst melkwit was geweest maar nu meer naar beige neigde. Ietwat sloom zette ze een paar stappen naar een hoek van de hut, waar een paar kleren lagen. Weliswaar slordig op elkaar gegooid, maar de kans dat ze überhaupt gewassen zouden worden was klein; dus waarom zou je dan nog proberen je best te doen om ze schoon te houden? Een simpel paar sokken, twee sneakers erover heen. Twee shirts over elkaar heen en een jas weer daarover heen. Ze klapte zich voorover, pakte haar haren bijeen en maakte zo een hoge staart van haar haren. Hierna werd er een capuchon overheen getrokken.
Een andere hoek kwam aan de beurt, eentje dichtbij de uitgang. Ze gooide de rode rugzak die er lag over haar schouders, pakte een van de ijshouwelen en bevestigde deze aan haar riem. De boog deed ze over haar schouders en de pijlen stopte ze half in haar tas, ze had de rits een beetje opengelaten waardoor ze ze erin kon steken. Natuurlijk paste ze er niet helemaal in, maar het moest maar zo. Alles was geïmproviseerd, maar een andere optie had ze niet.

Kundig klom ze naar beneden met behulp van de planken die in de boom waren vastgetimmerd. Het laatste stukje zette ze zich af en liet ze zich gewoon naar beneden vallen, kon de klap prima opvangen. Met een bescheiden glimlach liep ze naar doelgerichte plek, bleef uiteindelijk stilstaan en zette een hand in haar zij. ‘Goedemorgen, Rex,’ glimlachte ze, terwijl ze onderzoekend naar de persoon voor haar keek. Als je hem al een persoon kon noemen. Gorgelende geluiden kwamen uit zijn keel, met beiden handen reikte hij naar haar uit; hij wilde haar pakken en haar vlees tussen zijn kaken klemmen. Niks anders.
Nog even bleef de vrouw glimlachen, maar haar mondhoeken zakten na enkele tellen naar beneden. Haar ogen vernauwde ze iets. Het was niet perse een felle blik, meer een verbitterde. Net zo bitter als de woorden die ze daarna sprak: ‘Ik ga wat te eten halen, beloof me dat je goed op het huis let. Oké?’ Hierna draaide ze zich om, wachtte niet eens op een reactie want die zou ze toch niet krijgen.

Het was moeilijk om nog iets in de vorm van vlees te vinden dezer dagen. Alles ging al richting winterslaap en steeds minder prooi was aanwezig. Zij het wel zo dat als je iets vond, het meestal moddervet was en je dus wel een tijdje vooruit kon. Nee, je kon niks invriezen: je bakte het en at dan alles op wat je had, zodat je een voorraad had. Zo ging het nu al dagen, maar het was de enige optie. Het was het nadeel van vlees: je kon het niet bewaren. In de winter waarschijnlijk wel, maar nu was het nog niet koud genoeg.
Zo liep ze nu ook al ruim een uur rond, haar pijl en boog in haar hand en licht gebukt. Iedere stap was voorzichtig, ze wilde niet teveel geluid maken en het riskeren dat ze een mogelijke prooi zou wegjagen nog voor ze de kans had gekregen om deze te vangen. Zoals de prooi die ze nu in het vizier kreeg: een konijn. Geruisloos en uiterst langzaam, wat kwam door de voorzichtigheid, kwam ze dichterbij. Ze kon het beestje nog niet goed genoeg zien en durfde niet vanaf de huidige afstand te schieten. Met de bogen die ze nu had, had ze een goed schot nodig.
Nadat ze op een kruipende snelheid de afstand tussen zichzelf en het konijn had verkleind en ze er zeker genoeg over was bracht ze de boog omhoog, spande gelijk ook de pees aan door de pijl naar achteren te trekken. Ze hield de hand waarmee ze trok vlak langs haar wang en kneep een oog dicht. Langzaam liet ze haar ademhaling dalen, probeerde haar hartslag ook naar beneden te krijgen. Ze ademde steeds langzamer, totdat er een punt kwam waarop ze even haar adem inhield – een paar secondes – in die tijd wist ze het doel goed in haar vizier te krijgen en liet ze uiteindelijk de pees los. De pijl werd afgevuurd en net zo snel als hij was gevlogen kwam zij overeind. Snel liep ze naar de plek toe waar de pijl omhoog stak en ze kon wel een gat in de lucht springen wanneer ze zag wat hij had getroffen. ‘Nailed it,’ grijnsde ze, waarna ze neerknielde bij het konijn en haar rugzak afdeed.
Ze haalde de pijl uit de nek van het dier, waarna ze deze bij de oren pakte en vastmaakte aan haar rugzak. Hierna deed ze deze weer om en pakte ze de boog en de pijl weer vast. Ze stond op en draaide zich om met een glimlach, tijd om naar huis te gaan.

De glimlach was de hele terugweg op haar gelaat gebleven, maar wanneer ze een bepaald geluid hoorde verdween hij. Het gegorgel van Rex, ze had het nu al zo vaak gehoord dat ze het een beetje kon onderscheidden van die van andere ondoodden. Ze kneep haar ogen tot spleetjes, probeerde verder te kijken dan normaal – maar het lukte niet. Ze bracht haar boog weer omhoog en spande de pees weer aan door de pijl naar achteren te brengen. Met een rechte rug liep ze ietwat stijf naar voren, totdat ze eindelijk goed kon zien waarom Rex nou zo aan het gorgelen was.
‘Halt!’ riep ze met een heldere stem terwijl ze haar pijl op de persoon richtte die Rex helemaal wild maakte, ‘Blijf uit de buurt van die hut.’ Haar stem had een felle ondertoon en haar ogen schoten vuur. Ze voelde zich bedreigd: iemand was in haar zone gekomen, de plek waar ze zich altijd veilig had gevoeld. Maar het feit dat het lang niet zo veilig was als ze had gedacht was beangstigend. ‘Wie ben je en wat doe je hier.’ Het was geen vraag, het was meer een bevel en de pijl was de reactie die de persoon zou krijgen als er geen gewenst antwoord kwam.

OOC; Let niet op de titel, ik ben dorky okay. Maar ja... FEEL WELCOME <3
(Let maar niet op Ruth haar dreigende houding.)
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   di nov 12 2013, 06:47


Een zucht verliet meteen zijn moment toen de eerste regen druppels zijn huid wisten te raken. Dit was één van de redenen dat hij niet hield van de herfst. Met zon of sneeuw had hij geen probleem maar regen was zo verschrikkelijk irritant. Zeker als de regen zoals nu was. Het regende niet hard, maar je werd er wel snel nat van. Er was ook nergens een schuilplaats in de buurt en de bomen hadden te weinig bladeren om de regen volledig tegen te houden. Toen dat Jonathan naar de lucht keek zag het er het niet naar uit dat het spoedig ging stoppen. Er waren veel wolken aan de lucht en allemaal waren ze grijs. Als je het aan hem zou vragen dan ging het alleen nog maar erger worden. Niet het leukste vooruitzicht als je het hem vroeg. Zwijgend wandelde hij verder. Het was zijn doel geweest om tegen het einde van de dag het bos uit te zijn om een veilig onderkomen te vinden in een leeg huis. Buiten slapen was niet iets dat je tegenwoordig nog met plezier deed. Sowieso was het niet meer veilig om nog buiten te overnachten, voor je het wist werd je wakker terwijl er een Walker aan je been aan het knabbelen was. Het was een lot dat hij liever niet wou hebben. Niet dat het in een huis helemaal veilig was, maar het gevoel van veiligheid was er wel. Dat gevoel ontbrak als je buiten sliep. Of zo dacht de man er toch over. Misschien dat er mensen waren die er andere gedachten over hadden. Hij hoopte eigenlijk dat hij misschien een huis kon vinden dat hij zo kon beveiligen dat er geen Walkers binnen konden. Een plek dat hij een thuis kon noemen en waar hij kon wonen.

Na een tijd wandelen hoorde hij uiteindelijk toch een gorgelend geluid. Heel de tijd was het in het bos al stil geweest maar daar kwam nu dus verandering in. Walkers waren overal en ook al waren ze in het bos nog niet met velen, toch waren ze er. Hij dacht toch dat het een Walker was, dat waren nu eenmaal de enige wezens die dat zo’n geluid produceerden. Rustig hield de man halt en keek hij om zich heen opzoek naar de Walker. Eerst had hij verwacht dat het wezen op hem af zou komen maar dat was niet het geval. Aan het geluid te horen had de Walker hem wel gehoord. Uiteindelijk ving hij dan toch een glimp op van de Walker. Hij hing vast aan een boom en iets verder was er een hut te zien. Iets vertelde hem dat de Walker die hut niet in elkaar had gezet, wat dus wilde zeggen dat er nog iemand hoorde te zijn. In de vluchten nam Jonathan zijn omgeving in zich op maar hij zag niemand, enkel één Walker maar die hing vast aan een boom. Traag wandelde hij naar de hut toe. Zijn voeten zette hij bij iedere stap zacht neer om zo min mogelijk geluid te maken. Met een kleine boog liep hij om de Walker heen om zeker niet te dicht in zijn buurt te komen. Pas toen hij een stem hoort bleef hij staan. Hij wist nog niet wie de persoon was, maar ze was duidelijk de eigenaar van de hut. Traag draaide Jonathan zich om. Eén van zijn wenkbrauwen ging omhoog toen hij het meisje zag staan met de boog in haar handen. Een pijl stond gespannen en was op hem gericht. Niet onder de indruk van haar houding of de pijl bleef hij staan. Zijn ene hand had hij in zijn broekzak gestoken. Een normaal mens zou misschien zijn armen in de lucht houden maar hij zag niet in waarom hij dat zou moeten doen. Nonchalant haalde hij zijn schouders nog eens op voor antwoord te geven op de vraag die hem gesteld werd. ‘Ik ben Jonathan en heel toevallig passeerde ik hier. De laatste keer dat ik checkt heb was het niet verboden om hier rond te wandelen.’ Heel de tijd hield hij zijn blik op haar gericht, gewoon zodat hij haar beter kon bekijken. De kleding die ze droeg had ze duidelijk al vaker aan gehad, en je kon zien dat ze niet meer in een huis sliep. Maar dat waren zaken die bij iedereen te zien waren, zo ook bij Jonathan.




NOTE; Klein flutje D:
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   di nov 12 2013, 08:47

Het was waar dat ze nooit de sociaalste was geweest. Ze was niet perse gemeen of iets dergelijks, maar ze hield zich altijd meer op de achtergrond en observeerde – natuurlijk waren er wel uitzonderingen, als ze bij goede vrienden was. Nu ze aan die term dacht realiseerde ze zich pas hoezeer deze situatie haar ware aard had versterkt: ze raakte steeds meer geïsoleerd van de beschaving, voor zover die er nog was. Er moest vast ergens wel een soort van basis gemaakt zijn waar overlevenden samen kwamen, maar ze weigerde ernaar opzoek te gaan. Het was prima zo, ze kon zichzelf prima redden en daarbij zou ze haar weg toch niet kunnen vinden daar. Ze was te schuw; te wantrouwend.
De twee mensen waar ze een groot gedeelte van haar leven ongelofelijk veel van had gehouden bleken niets anders te zijn dan leugenaars, die te bang waren voor haar reactie tegenover de waarheid. Als mensen die je bestempeld als ouders jou niet eens de waarheid toevertrouwen, in hoeverre kan jijzelf zij dan wel niet vertrouwen? Je denkt dat ze altijd eerlijk waren, dat ze alles met je zouden delen; maar dat was allemaal een grote leugen. Haar hele kindertijd en ook een groot gedeelte van haar puberale fase was een grote leugen geweest.
Dit nam echter niet weg dat ze nog steeds van ze hield, maar ze kon het niet aan om bij ze te blijven. Haar beeld aangetast, teveel tegenstrijdige prikkels waar ze hoofdpijn van kreeg. Dus was ze weggegaan, waar ze nu overigens wel spijt van had. Niet dat het wat uit had gemaakt, als je keek naar het hele ondoodden gebeuren: als ze keek naar hoe snel het zich verspreid zou moeten hebben, dan was het nu ook allang aangekomen op de plek waar ze was getogen. Het enige wat ze kon doen was hopen: hopen dat haar pleegouders oké waren.

Niet dat ze daar de hele dag voor had, laat staan tijd voor een gebedje, niet dat ze gelovig was of iets in die trans. Als er zonlicht was, was ze vrijwel altijd druk in de weer: van jagen, tot de dichtstbijzijnde stad verkennen en natuurlijk ook zoekend naar bruikbaar materiaal voor haar hut. En tegen de tijd dat ze weer terug was bij de hut moest ze een maal zien klaar te maken, dat zo snel mogelijk verorberen en dan was ze zo moe dat ze enkel en alleen nog maar kon slapen. Er was een nieuwe dagelijkse sleur ontstaan, eentje die niemand ooit zou hebben verzonnen of aan zou hebben gedacht. Want wie zou er überhaupt aan een Apocalyps hebben gedacht in de eerste instantie? Filmmakers ja, maar dat het realiteit kon worden? Nee. Niemand.
En nu was die fantasie een werkelijkheid geworden. Ze had wel eens programma’s gezien op televisie over mensen die zich al hadden voorbereid op een ramp zoals deze, maar bleek die voorbereiding achteraf genoeg te zijn? Het leek haar van niet, meestal raakten die mensen alsnog in paniek als al die vreemde waanideeën over mogelijke rampen waarheid zouden worden. Wellicht zouden die mensen wel het ergste in paniek raken en zou alles uiteindelijk voor niks zijn geweest. Zonde.
Ze gokte erop dat mensen zoals zijzelf, die een streepje voorhadden door hun eigen leven, het het beste zouden in deze werkelijkheid. Deze wereld. Ze hoefde niet bepaalde dingen die ze uit haar hoofd had geleerd te doen, ze hoefde niet in pure paniek te raken als er mogelijke verschillen waren in de situatie waarvan zij misschien was uitgegaan. Dat hetgeen wat zij in haar hoofd zou hebben gestampt verkeerd zou zijn geweest. Nee, ze paste zich aan. Keer op keer en met behulp van de dingen die ze door de jaren heen had geleerd voor dit alles.
Nu ook: ze had geleerd dat ze niemand moest vertrouwen, hoe aardig je die persoon ook vond en zo vertrouwde ze de persoon een paar meter voor haar ook niet. Ze kende hem niet, dat maakte het wel wat gemakkelijker, maar alsnog: zelfs al was het haar beste vriend of vriendin, no way dat die hij had mogen blijven. Dit was haar plek en ze zat hier goed. Ze had Rex en ondanks dat die enkel gorgelde was het genoeg voor haar. Een ondoodde scheen niet te kunnen denken, dus zou hij er ook nooit opkomen om haar te verraden. Niet dat dat kon, want hij zat vast.
Hij kon nergens naartoe.
Net zoals de vreemdeling voor haar, als hij ook maar één verkeerde beweging maakte liet ze de pees gewoon los. Als ze zekerder was geweest van haar kunnen, de boog bleef toch onhandig voor haar, had ze allang een pijl afgevuurd. Vlak langs zijn hoofd als het kon. Gewoon om een statement te maken, dat ze niet enkel een hondje was dat blafte: maar een wolf die haar kaken al als het ware om zijn nek had, klaar om ze op elkaar te klemmen en het leven uit hem te rukken.

Na het horen van zijn antwoord was het haar beurt om een wenkbrauw op te trekken. ‘Wandelen? Noem je dat wandelen? Ik noem het eerder sluipen – je wist dat dit iemands terrein was en alsnog ben je zo dom om het te betreden. Was de waarschuwing van Rex niet genoeg?’ Bij het aanduiden van de ondoodde wenkte ze er een soort van naar met haar hoofd, om duidelijk te maken dat ze het over hem had. ‘Dus, lieve Jonathan, vertel mij eens wat je van plan was tijdens deze “wandeling”,’ glimlachte ze uitnodigend, wilde dolgraag horen wat hij nou ging zeggen. Slappe smoesjes waren gewoon grappig, kon zij het helpen. De pees bleef echter aangespannen, want dezelfde aanpak als eerst gold nog steeds: één verkeerde beweging en hij zou een mooie pijl tussen zijn ogen krijgen.

OOC; Mijne is ook niet zo goed, hopelijk kun je er wat mee ^^'
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   di nov 12 2013, 09:25


Op het geluid van de bladeren die bewogen, en de regen die erop viel was het stil. Vogels floten niet meer zoals ze vroeger deden en het geluid van pratende mensen was ook volledig weg. Niet dat je vaak mensen zo diep in het bos zou tegen komen maar het kon. In het bos viel alles dan ook nog goed mee, als je eenmaal naar de stad ging veranderde alles. Daar kon je duidelijk zien dat de wereld niet meer was wat het ooit was. De straten waren leeg en er stonden hier en daar nog enkele auto’s. Mensen kwam je amper tegen en straten waren gevuld met Walkers. Het was geen wereld waar je in wou leven maar het was ook niet dat Jonathan een dood wens had. Ook al was er niets om voor te leven, hij had geen zin om als een hersendode rond te lopen voor de rest van zijn bestaan. Dat was iets dat vast niemand wou. Jonathan doden dan nog liever heel de dag Walkers dan er zelf één te worden. Het was niet het leven waar hij van droomde, maar het was een leven en dat was het belangrijkste.

Hij rolde met zijn ogen bij het horen van haar tegen argument en schudden vervolgens zijn hoofd. Hoe lang was dit alles nu bezig? Enkele weken? Toch waren er al mensen die zich zo hadden afgezonderd dat ze het niet meer waardeerde als er nog eens iemand levends voorbij kwam. Toen ze het had over de één of de andere ‘Rex’ en ze gebaarde naar de Walker kon hij niet anders dan lachen. Was ze nu serieus? Dat je een Walker gebruikte als beveiliging was al gek, maar die een naam geven ging er over. ‘Je moet wel heel gehecht zijn aan je lieve Walkertje als je hem al een naam geeft. Ga je ook huilen als hij eenmaal een kogel door zijn hoofd krijgt?’ Dit kon hij gewoon niet serieus nemen. De Walker was inderdaad ooit een echt levend mens geweest maar dat was het nu niet meer. Het was een monster dat enkel uit was op vlees. Je kon het geen mens niet meer noemen, sommige zagen er zelfs niet meer menselijk uit. Wandelde lijken, meer waren ze niet meer. ‘Wat moest ik anders doen? Al dansend naar dat hutje toe gaan?’ Antwoorden Jonathan op zijn beurt weer. Weer luisterde hij naar wat ze te vertellen had. In eerste instantie wou hij er niet eens op reageren. Wou hij zich gewoon omdraaien en weg gaan. Haar weer alleen laten zodat ze na een tijd eenzaam en alleen kon sterven.  Terwijl dat het meisje nog aan het woord was,  draaide Jonathan aan de haak. Hierdoor kwam die heel de tijd los zodat hij die eraf zou kunnen halen, maar na een draai terug zorgde hij ervoor dat die weer vast zat. Toen ze eenmaal klaar was met het maken van valse beschuldigingen keek hij haar weer aan. Veel had ze niet gezegd, enkel dat ze niet geloofde dat hij hier niet aan het wandelen was. Wat hij hier anders aan het doen was, was voor hem een raadsel. ‘Oké, ik beken.’ Begon de man. Schuldbewust keek hij naar de grond. ‘Ik was aan het wandelen tot ik ‘Rex’ hoorde en zag je hut. Ik kwam enkel naar hier om te zien of hier misschien nog een overlevende was.’ Hij keek weer naar boven naar het meisje. Nog even bleef de schuldbewuste blik op zijn gezicht staan maar die verdween al snel weer om plaats te maken voor een glimlach. ‘Kijk nu toch, ik was wel degelijk aan het wandelen, en hier was el degelijk een overlevende.’ Zei Jonathan terwijl hij rustig enkele stappen dichter naar haar toe zetten.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   wo nov 13 2013, 04:29

De stilte en rust was fijn, zo had ze de kans om zich goed te focussen op haar eigen gedachtes. Het was gemakkelijker om in haar element te komen. Het kwam geregeld voor vroeger dat ze om het minste of geringste afgeleid werd en ze had echt moeten leren hoe ze langdurig kon studeren voor bijvoorbeeld een tentamen, nu was dat niet meer nodig. De rust werd haar figuurlijkgezien gewoon in de armen gegooid en ze mocht er mee doen wat ze wilde. En dat besteedde ze aan het overdenken van dingen. Ze wist dat ze hier niet voor altijd kon blijven, hoe graag ze het ook zou willen; ooit moest ze verhuizen.
Ze wist niet hoelang het zou duren voordat de tijd daar was, maar mentale voorbereid kwam altijd van pas. Het was wel duidelijk de bossen hoogstwaarschijnlijk de veiligste plekken zouden zijn, mits je wist hoe je enigszins moest overleven in het wild en je goed je weg kon vinden; anders was je alsnog verdoemd. Zij kende het bos nu vrijwel uit haar duimpje, kon het herkennen aan de verschillende bomen: geen een leek op elkaar en bepaalde details in de schorsen zorgden ervoor dat ze zich verscheidene routes kon memoriseren en altijd wel enig idee had waar ze was.
De rust bood haar buiten dat ook nog de mogelijkheid om over een andere zaak na te denken: de ondoodden. Ze had Rex en hij bood haar veel informatie die anderen nooit zouden krijgen, maar het bleef maar beperkt. Zo wist ze dat ondoodden vrijwel blind waren, waarschijnlijk omdat de primaire en secundaire visuele cortex erg beschadigd waren of het gewoon helemaal niet meer deden. Het was logisch om daarvan uit te gaan omdat heel veel functies van de hersenen het niet meer deden, maar eentje deed het wel: het gehoor. Het gehoor van de ondoodden, althans van Rex, was bewonderingswaardig. Hij werd al wild als hij het gekraak hoorde van de planken in haar hut, wetende dat het moest betekenen dat er een mens was: eten dus.

Het was niet zo dat ze erop uit was om echt onderzoek te doen naar de ondoodden, maar iedere extra informatie was fijn. Ze had niet de mogelijkheid voor uitgebreid onderzoek, er was geen locatie voor en het was te gevaarlijk. Ondoodden zouden blijven leven tenzij je de hersens helemaal kapot maakte, of zo goed als. Vreemd genoeg bleven deze zelfstandig prikkels uitzenden naar de spieren, maar het leek er niet op dat ze nog echt impulsen opvingen. Behalve dingen die ze waarnamen dankzij hun gehoor, maar daar bleef het bij.
Toch bleef de grootste vraag waarom ze perse op vlees uit waren. Als je het verweet aan de oerinstincten dan had je het fout, want dan zouden vrouwen het niet moeten doen en zich dus anders gedragen van mannelijke ondoodden. Dit was echter niet zo: ze waren allemaal uit op vlees, altijd, het leek alsof dat het enige was waarvan ze konden leven. Daarbij moest het ook warm zijn, vers, en dan was het goed. Ze had zelfs gezien hoe ondoodden achter dieren aangingen. Het was gewoon te absurd voor woorden.
Net zoals haar reactie op de persoon voor haar, ze zag hem als een bedreiging: ze dacht er echt over na om hem misschien gewoon neer te schieten zodat ze er vanaf was en dan zou Rex ook een feestmaal krijgen.

Gelukkig was ze haar menselijkheid nog niet in zoverre verloren en deed ze het dus niet, hoewel de neiging wel onweerstaanbaar groot werd om het wel te doen bij het horen van zijn opmerking. ‘Ik zou er meer bij voelen dan als iemand zoals jíj een kogel, of pijl, door je kop krijgt. Misschien zou ik daar juist blij om worden, wie weet,’ een vage grijns kwam op haar gelaat, ‘Nu ik erover nadenk word ik best nieuwsgierig; helaas is het antwoord maar op één manier te krijgen.’ De grijns bleef, die was gevormd uit een mondhoek die omhoog was getrokken. Het ergste was nog dat ze het echt overwoog, maar de ander zou vast denken dat ze aan het bluffen was. Ze begreep het ergens wel, maar dan was het wel zijn fout als ze hem zou neerschieten.
Bij zijn opmerking over dansen dacht ze even na, visualiseerde het zich. Ook weer zo’n handige tik: ze visualiseerde zichzelf werkelijk alles. Niet omdat ze het wilde, het was meer een automatisme. Misschien dat ze daarom gevoeliger was voor dingen, zo stelde ze de man nu ook dansend voor en gezien zijzelf alleen maar vage danspasjes kende – ze was zo slecht in dansen – zag het er vrij hilarisch uit. Zo hilarisch dat haar glimlach dat liet merken, maar deze liet ze uiteindelijk verdwijnen en een onverschillige blik nam het over waarna ze haar schouders een beetje ophaalde. ‘Weet niet, ’t was waarschijnlijk leuker geweest.’ En het zou ook een goede tactiek zijn, mensen zouden er zo van door de war raken dat ze niet zo goed wisten wat ze nu moesten doen en dan had jij mooi de tijd om te doen wat je maar wilde.
Zo was hetgeen wat hij nu deed ook een soort gelijke tactiek, een afleidingstactiek. Haar concentratie was niet de beste, maar met haar reflexen was niks mis. Dacht hij nou werkelijk dat hij met dat domme, plastic speelgoedhaakje haar aandacht af kon halen van het feit dat hij nog steeds een mogelijke bedreiging was? Een indringer was hij, meer niet en die haak maakte het alleen nog maar slechter. Want kom op nou: iemand met een haak is apart ja maar ook… In verhalen zijn het altijd slechte mensen, dus was de kans dat hij dat ook was en nu ze zo’n vooroordeel in haar hoofd had mocht hij zijn best doen om haar op een ander idee te brengen over hem.
De pijl bleef op hem gericht en de pees bleef aangespannen. Het maakte niet uit hoe schuldig hij zou kijken, hoe groot hij zijn ogen zou maken – al zou hij spontaan in een puppy veranderen: ze zou haar houding niet veranderen. ‘Aaaaw,’ kwam er vertederd over haar lippen, terwijl ze hem ook zo aankeek, ‘Wat ben jij-…. Een slechte leugenaar.’ Tijdens de kleine pauze was haar gezichtsexpressie gelijk veranderd, van vertederd naar bitter en een ietwat felle ondertoon. ‘Hou alsjeblieft op met te denken dat ik dom ben: ik word het daardoor echt niet. Als je echt opzoek was geweest naar overlevende was het eerste wat je zou hebben gedaan iets roepen, denk je niet? Je wilt weten dat je hier bent, dat jij ook een overlevende bent; je wilt ze niet besluipen of iets dergelijks. En jouw houding spreek een en als besluiping, sluw proberen te doen terwijl je zo door de mand valt. En zelfs met dat domme haakje van je kan je je nog niet vastgrijpen, je valt en hard ook.’
Strak keek ze hem aan, alsof ze probeerde hem dood neer te laten vallen met enkel haar felle blik. Haar kaken had ze iets steviger op elkaar geklemd en haar vingers zaten losser om de pees – maar deze was nog steeds even strak aangespannen. Het zou niet veel meer kostten of ze hem loslaten. ‘Dus stop eens met als een puppy naar me te kijken en geef me één goede reden waarom ik je nu niet neer zou schieten.’
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   wo nov 13 2013, 09:13


‘Iemand zoals ik?’ Zei hij nep beledigt, zo keek hij haar ook aan. Jonathan moest toegeven dat hij niet altijd de aardigste was, dat hij niet altijd de juiste persoon was om te vertrouwen. Maar zo erg was hij toch niet? ‘Ik deel de nieuwsgierigheid die jij hebt niet. Ik blijf liever nog eventjes leven.’ Ook al zag haar lichaamshouding er zeker uit en stond ze klaar om te schieten, toch verwachte hij niet dat ze dat zou doen. Eigenlijk hoopte hij meer dat ze het niet ging doen. Veel moeiten was het namelijk niet. Het enige wat ze moest doen was richten en vervolgens de pijl loslaten. Het koste haar geen moeiten en het was snel gebeurd. Een glimlach was uiteindelijk op haar gezicht verschenen vanaf het moment dat hij het had over dansen. Zelf was er bij de man ook een glimlach te zien. Even dacht hij dat het dan toch goed gekomen was, dat ze de boog zou laten zakken maar dat was niet het geval. De glimlach was weer verdwenen en zo verdween die van hem ook. ‘Dan moet ik het de volgende keer maar eens proberen.’ Stelde hij voor. Misschien dat hij niet bedreigt werd als hij dat zou doen.
Toen dat ze bleef beweren dat hij een leugenaar was keek hij haar ongelovig aan. Meende ze dat nu serieus? Misschien wou ze gewoon dat hij nu zou liegen zodat zij haar gelijk zou krijgen. Wist hij wat haar probleem was. Seconden gingen voorbij toen de twee elkaar gewoon aan keken. Jonathan wou wel wat zeggen, maar hij wist niet wat. Hierdoor stond hij er maar wat dom bij te staan. Was het raar dat hij verwachte dat ze de boog uiteindelijk naar de grond zou richten? Ze kon dit gewoon niet menen. Al snel werd het duidelijk dat het niet ging gebeuren. Ze zag hem nog steeds als een leugenaar. ‘Roepen? Ik zal er de volgende keer aan denken, lawaai maken is deze dagen namelijk een zeer goed idee. Hopelijk komt er niet ineens een horde zombies aanstrompelen als ik zou beslissen om te roepen.’ Het klonk nu niet echt als het veiligste plan ooit, zeker nu niet meer. Ja ze waren nu in de bossen en hier waren er vrij weinig Walker, toch wilde dat niet zeggen dat het kon veranderen. De Walkers gingen niet voor eeuwig in de steden rond wandelen. Ooit gingen ze naar de bossen toe gaan, dat was onvermijdelijk. Ze zochten naar voedsel, en hun voorraad in de steden zou ooit wel opgeraken. Toen dat ze begon over de haak keek hij kort de andere kant op, wachtend tot haar opmerking daarover tot zijn einde was. Pas dan keek hij haar weer aan. ‘En bedankt voor de herinnering.’ Zei hij met een duidelijk gemaakte glimlach op zijn gezicht. ‘Zoals ik eerder zei, ik wou weten of er hier iemand levend was maar ik had geen zin om een Walker tegen het lijf te lopen.’ Dit was misschien wel de laatste keer dat hij ging proberen om het haar uit te leggen. ‘Of moet ik echt liegen voor je mij gaat geloven?’ Strak keek hij haar aan. Zijn blauwe ogen gericht op de haren. De pijl en boog probeerde hij weg te denken, iets dat hem niet goed lukte. Ze vroeg om één goede reden om niet te moeten schieten, maar die had hij niet. Zonder wat te zeggen haalde hij gewoon zijn schouders op. Wat kon hij anders doen? Waar in de verdediging gaan? Daarnet had het geen effect gehad dus hij vermoede nu ook niet. ‘Ik weet zo nu geen reden.’ Bekende hij dan maar eerlijk. Hij rechte zijn rug op het moment wat zodat hij toch een poging zou kunnen doen om de pijl te ontwijken. Niet dat het hem zou lukken, daarvoor stond hij te dicht bij, maar hij kon het altijd proberen. Alles was voor hem goed als ze toch zou beslissen om te schieten, zolang het zijn nek, hoofd en hart maar ontweek. Met de rest kon hij misschien nog wel leven.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   vr nov 15 2013, 09:34

Misschien was dit alles goed voor haar, ondanks dat ze zich nu al dood irriteerde aan de ander kon wat contact geen kwaad. Ze leefde nu al zolang afgezonderd van enige vorm van leven, want Rex kon je nou niet echt levend noemen. Ze wit niet eens of andere organen, naast de hersens, het nog deden. Het verteringsstelsel moest het waarschijnlijk wel nog enigszins doen: anders zouden alle ondoodden helemaal opgeblazen zijn. Maar ze had Rex ook nooit echt zijn… Behoefte zien doen. Dus moest het waarschijnlijk toch op een andere manier werken dan normaal – misschien dat dat wel de rotting veroorzaakte.
Ze wist ook niet of Rex überhaupt wel ademde. Ze kon hem in een meer gooien en kijken of hij zou verdrinken, maar niet alleen was het lastig om hem daar te krijgen – ze kon het zich ook niet permitteren. Ze had geluk gehad met het vangen van hem en de kans dat het haar nog een keer zou lukken was erg klein, nog net niet nihil. En er waren zoveel vragen die ook beantwoord konden worden door simpelweg naar hem te kijken, hem te bestuderen: dus waarom zou ze hem dan al zo vroeg opofferen aan de wetenschap? Als je het al wetenschap mocht noemen.
Dezelfde kwestie gold voor de heer Jonathan voor haar. Ze kon hem nog niet neerschieten, hij kon informatie hebben die erg waardevol kon zijn: maar de kans dat hij die nu zou geven was vrijwel nul. Zonder dat hij het doorhad had hij eigenlijk al een reden om niet gedood te worden hier, een uitstel van zijn executie, maar omdat haar visie verschilde van die van normale mensen was het logisch dat hij die niet zelf wist. ‘Heb je je dan werkelijk nooit afgevraagd of je ook zoals Rex wordt als je enkel doodgaat? Als je nog niet eens in contact komt hun bloed, het virus. Het moet ergens vandaag gekomen zijn, misschien wel de lucht: misschien zijn we allemaal wel besmet maar wordt het virus pas geactiveerd als je dood bent.’ Ze had in haar uppie al duizend en één theorieën bedacht over hoe het virus misschien was ontstaan, hoe het zich verspreidde enzovoorts. En ze konden allemaal waar zijn, je wist het pas zeker totdat het tegendeel werd bewezen.

Ze werd uit haar gedachtes getrokken door zijn stem, was weer aan het afdwalen in haar theorieën. Ze knipperde tweemaal met haar ogen waarna ze haar mond opende: ’Ik kijk ernaar uit.’ Ondanks dat het klonk alsof ze het echt meende, als een grapje, keek ze er erg serieus bij. Haar houding sprak haar woorden tegen, maar dat was omdat ze er niet teveel aan wilde denken: dadelijk zou ze nog in de lach schieten door dit domme gedoe.
Als reactie op zijn woorden rolde ze met haar ogen. ‘Denk even na; kijk om je heen, Jonathan. Er is hier niemand, niks. Er is een reden waarom ik hier in het bos ben: het is de rustigste plek en dus zijn er de minste ondoodden – of zombies zoals jij ze wilt noemen. De kans dat er überhaupt eentje dichtbij genoeg is om je te horen is vrij klein.’ Als het hier echt stikte van de ondoodden was zij allang dood geweest. De geluiden die ze had gemaakt enkel om de hut zover te bouwen tot nu zou ze dan allemaal aangetrokken moeten hebben: maar dat was dus niet gebeurd, dus kon je de conclusie trekken dat er hier weinig tot vrijwel geen ondoodden waren. ‘Ik heb ervaring met deze plek,’ het klonk ergens als een afgekapte zin en dat was het ook. Ze wilde er nog een paar woorden achteraan zetten in de trant van: geloof me, maar dat zou gewoon te ironisch zijn.

Blijkbaar had ze een gevoelige plek geraakt wanneer ze over die haak begon, anders zou hij niet wegkijken – althans niet op die manier. Ze trok haar wenkbrauwen op bij het horen van zijn opmerking over een herinnering. Hij was wel degene die het letterlijk in haar gezicht wreef dat hij er een had. ’Dan moet je er maar niet aan gaan zitten frummelen, misschien had ik dan niet eens van het bestaan van dat ding af geweten.’ Als hij beter had opgelet had hij gemerkt dat ze meer bezig was geweest met hem strak aankijken met een felle blik, nog steeds hopend dat hij daardoor dood zou neervallen, dan hem echt te scannen zoekend naar bepaalde details. Zijn gezicht had genoeg details naar haar mening, was zo’n persoon die je niet snel zou vergeten: kwam voornamelijk door de combinatie van de lichte ogen en het donkere haar.
Ze kneep haar ogen tot spleetjes en klemde haar kaken op elkaar. Het was duidelijk dat ze er moeite mee had om een beslissing te maken. Hij was vervelend, dat vond ze nu al, en ze vertrouwde hem gewoon niet – maar het feit dat hij geen reden had… Dat was eigenlijk al een reden en een goede zelfs, iets wat haar irriteerde. Na een paar tellen te hebben gezwegen slaakte ze een zucht. ’Oké, we doen het volgende: ontwapen jezelf.’ Verder zei ze niks en bleef ze hem enkel afwachtten aankijken. Uiteindelijk gooide de man zijn zwaard weg, een paar meter van zichzelf vandaan. Daarna volgde een blik, die haar opnieuw weer irriteerde. ’Het haakje ook,’ de bepaalde ondertoon in haar stem die aangaf hoe weinig geduld ze wel niet had op het moment, het was geen vraag en dat was de bedoeling ook niet geweest: het was een bevel.
De haak volgde, waarna zij in beweging kwam. Ze liep zijdelings naar de twee voorwerpen toe, bleef de ander nog steeds strak aankijken, en zette er voorzichtig haar voet op waarna ze haar boog liet zakken. ’Wees niet bang, ik steel ze niet – je krijgt ze terug. Ooit.’ Dat hield eigenlijk in dat hij ze pas terugkreeg als zij hem vertrouwde, wat dus waarschijnlijk nooit was, of wanneer hij wegging. Ze deed haar boog om haar schouder en pakte het zwaard en de haak op. De pijl en het zwaard zaten in dezelfde hand, maar de haak kreeg een speciale behandeling. Ze pakte hem vast alsof het een vieze zakdoek was. De gedachte die eraan vast zat was gewoon erg storend.
Ze wist zich er uiteindelijk overheen te zetten en pakte hem stevig vast, liep vervolgens gewoon langs de ander alsof hij niet meer bestond. Na een paar passen bleef ze staan en draaide ze zich een kwartslag, keek hem met een opgetrokken wenkbrauw aan. ’Nou, waar wacht je nog op? Je wilde toch zo graag naar mijn hut, dan kom.’

OOC; Godmode met toestemming!
Bweeh, I'm dissapointed in myself. Ik had een hele domme bijnaam bedacht voor Jon, maar ik kon hem niet verwerking in mijn post :c
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   za nov 16 2013, 04:59


Fronsend keek hij het vrouw aan toen de vragen uit haar mond kwamen. Het waren zaken waar hij misschien even over had na gedacht, maar hij was er nooit echt op in gegaan. Iets in hem wou het gewoon ook niet weten. Als hij aan een natuurlijke dood stierf wou hij liever niet weten of dat hij nadien toch terug zou komen. Traag schudde hij zijn hoofd des te dieper ze erop in ging. Dit kon ze niet menen, was dat echt waar ze zich mee bezig hield. Het was ergens misschien logisch dat je aan zo’n zaken begon te denken als je enige gezelschap een Walker is. ‘Ik heb er nooit echt over nagedacht maar eerlijk gezegd weet ik het liever niet. Daarbij ben ik ook niet van plan om het te gaan uitproberen.’ Als zij het zo graag wou proberen dan moest ze het lekker zelf uit zoeken. Misschien dat ze hier ergens wel de perfecte kandidaat ervoor zou vinden. Al verwachte Jonathan niet dat er iemand rond liep die echt dood wou om te dienen als experiment. Zo lang was dit nog niet bezig en mensen waren nog niet zo wanhopig. Later misschien wel, je moest nog enkele weken wachten, of dagen, dagen kon ook. Dan pas gingen mensen echt wanhopig worden omdat het iedere dag alleen maar erger leek te worden. ‘Maar hej, misschien dat er ergens iemand rond loopt die graag proefpersoon voor je wilt spelen.’ Hij wist werkelijk niet meer wat dat ze van haar moest vinden. Liefst draaide hij zich nu nog om en wandelde hij weg, maar hij bleef koppig staan. Waarom zou hij nu weg gaan? Omdat madam dat wou? Dat zorgde er alleen maar voor dat hij alleen maar liever hier bleef. Hij ging zich niet door haar laten doen. Het enige probleem was eigenlijk dat ze hem niet verrouwden of geloofde. Oké hij zag er niet uit al de meest betrouwbare persoon, en dat was hij misschien ook niet, maar zo erg was hij niet. Als hij echt iets wou doen had hij dat nu al lang gedaan, dan had hij zich niet laten doen door een simpele pijl en boog.
Toen hij over het dansen was begonnen was de spanning iets afgezwakt maar niet veel, en al helemaal niet voor lang. Ze vertrouwden hem echt niet. Dat was nu wel duidelijk geworden, duidelijker kon haast niet. Als ze een reden had gehad, had ze die pijl al lang afgeschoten en iets zei hem dat ze dan niet had gemist. ‘Je vergist je. Nu is er nog geen enkele Walker in dit bos. Het is hier nu nog stil en veilig, maar dat komt enkel omdat er nog mensen in de steden zijn. Zolang dat ze daar hun voedsel vinden blijven ze daar, maar wat gebeurt er als er daar niets meer te vinden is? Ze gaan gewoon rond wandelen opzoek naar voedsel. Ik ben er bijna zeker van dat ze dan ook naar dit bos komen.’ Zo dacht hij er in ieder geval toch over. Het kon zijn dat hij er totaal naast zat, dat ze echt niet naar de bossen gingen komen, maar die kans leek zeer klein. Die wezens hadden geen hersenen meer, die liepen maar wat rond tot ze wat hoorden, meer deden ze niet. Als ze tijden het wandelen toevallig het bos in gingen dan gingen ze het bos in. Vast zonder dat ze het beseft. ‘Het is niet zo dat ze hier niet binnen kunnen. Er staat geen magische koepel over dit bos dat ze buiten houd.’ Zei was al heel de tijd bezig met verschillende theorieën, gedachten en alles wat met Walkers te maken had, nu was het zijn beurt om ook maar eens zijn mening te laten horen. Ze moest zelf maar zien wat er ermee deed of wat dat ze ervan vond. ‘Je hebt ervaring met de plek zoals die nu is, wat ga je doen als de situatie hier hetzelfde wordt als in de steden? Als hier ineens 10 Walkers voorbij komen in plaats van 2?’ Hij keek haar strak en doordringend aan.

Wat hij gedaan had was gewoon een automatisme van hem geworden. Sommige mensen speelden met hun vingers of handen, maar die mogelijkheid had Jonathan niet. Hij draaide maar wat aan de haak die zijn hand hoorden te vervangen. Soms deed hij het zelfs onbewust omdat hij het zo vaak deed. Hij rolde bij haar uitspraak dan ook met zijn ogen. Zijn mond had hij geopend om er dan ook een tegen reactie op te geven, maar hij slikte zijn woorden gewoon weer in. Waarom zou hij er woorden aan vuil maken als het toch geen enkel effect had. Het was niet dat ze hem geloofden, wat zij zei was de waarheid in haar ogen. Wat hij zei was één grote leugen. Als zij het zo wou zien dan deed ze het.
Bij het horen dat hij zich moest ontwapenen keek hij haar ongelovig aan. Dat meenden ze toch niet? Hij werd hier door haar bedreigt en hij moest zichzelf ontwapenen? Het zwaard dat hij bij zich droeg had hij zelfs nog niet aangeraakt. Jonathan besloot toch gewoon naar haar te luisteren en haar te gehoorzamen. Hij nam zijn zwaard vast en gooide het naar voor de grond op. Weg van hem en naar vrouw toe. Pas toen dat ze zei dat hij de haak ook los moest maken ging hij in de verdediging. ‘Dat meen je toch niet?’ Vroeg hij, maar haar blik en stem zeiden genoeg. Duidelijk geïrriteerd keek hij haar aan. Waarom wou hij ook weer weten of er iemand was? Dit was dat alles gewoon niet waard. Met grote tegenzin klikte hij de haak los en gooide die net zoals het zwaard de grond op. Dit deed hij zonder één seconde zijn blik van haar gezicht af te halen. De blik die hij in zijn ogen had sprak gewoon boekendelen. Hij was kwaad, geïrriteerd, gefrustreerd en zo ging het lijstje maar door. Wat verwachte ze dat hij ging doen moest er een horde Walkers voorbij komen? Moest hij ze soms allemaal gaan dood staren? ‘Nog iets? Wil je dat ik mijn kleren ook maar meteen uit doen? Je weet maar nooit, misschien dat ik daar ook wapens heb, en dat willen we niet. Toch?’ Dezelfde irritatie als hij uitstraalde was ook te horen in zijn stem. Hij deed zelfs geen moeiten om het tegen te houden. Toen dat ze zelf naar de hut liep bleef hij staan. Pas toen dat ze zich omdraaide en vroeg of hij kwam, volgde hij haar maar, zonder wat te zeggen.




Nu ben ik wel benieuwd naar die bijnaam xD
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   za nov 16 2013, 08:24

Veel had ze niet echt te doen, buiten na te denken over bepaalde zaken over ondoodden. Er waren zoveel vragen die onbeantwoord waren en dat prikkelde haar nieuwsgierigheid, dingen zoals dit hadden haar altijd gefascineerd. Wellicht dat ze ook wel iets in die richting was gaan doen als ze er nooit achter was gekomen dat ze geadopteerd was geweest, misschien dat ze dan gewoon was gaan studeren. Want ze had nooit een echte baan gehad, ze sprokkelde haar geld bij elkaar met de baan in de bar en dan nog met betaalde zoekopdrachten. Misschien was dit hele Apocalyps gedoe wel goed voor haar geweest; het was een manier om weer een soort van opnieuw te beginnen, niet dat ze daar behoefte aan had gehad – maar het was al eerder gebleken dat ze niet zo vaak scheen te weten wat het beste voor zichzelf was.
Zo was haar houding momenteel ook niet de beste: ze sloeg alles gewoon af, scheen de man niet eens de kans te geven. Ze was te koppig, te stug, om ook maar van haar mening af te wijken: had al een mening over de man gevormd puur gebaseerd op zijn uiterlijk. Het was oppervlakkig geweest en als ze nu van een afstandje naar zichzelf had gekeken had ze zichzelf een klap verkocht waarna een flinke door elkaar schudding volgde en wat gesnauw over hoe dom ze wel niet bezig was. De man mocht er dan wel als een typisch figuur uitzien: het betekende niet dat hij dat ook echt was.

Op haar beurt fronste ze, kon het niet geloven dat hij zich nooit echt iets afvroeg over de kwesties die ze hem voorlag. De reden dat zij nog niet dood wilde was mede omdat haar wil te sterk was en ook omdat ze ergens bang was: wat als ze terug zou komen als ondoodden en ze nog een bewustzijn zou hebben? Wat als ze dingen kon voelen: het vlees dat langzaam wegrotte en je botten die misschien wel braken, helse pijnen en niemand die je hielp. Mede omdat jij geen zelfbeheersing had. Alsof iemand anders je lichaam bestuurde, maar je je er wel nog volledig van bewust was: wat als ondoodden zo in elkaar zaten? Dan zou ze zichzelf liever laten verbrandden om dat te voorkomen.
‘Denk je nu werkelijk dat ik een of andere gestoorde freak ben, die kickt op dit alles? Want dan zeg ik je nu dat je er heel ver naast zit: ik heb hier niet om gevraagd, het liefste wilde ik dat alles nog zo was als vroeger.’ De glans van pure felheid in haar ogen verdween, maakte plaats voor eentje die nogal verontwaardigd leek – haast onbegrepen. ‘Het is ook duidelijk dat je er nooit over na hebt gedacht, dat kan ik al opmaken uit je woorden. Het feit dat je niet bang bent, dat je niet nadenkt over hun maar enkel over jezelf of over mensen die wel controle hebben over hun lichaam.’ Misschien dat hij die subtiele hint wel begreep, ze voelde er geen behoefte voor om als een typische emotionele vrouw over te komen die ondoodden zag als echte mensen. Ze zag al gewoon dat hij die visie nooit met haar zou delen en waarschijnlijk was dat ook wel een reden waarom ze zich zo aan hem irriteerde.

Een vaag lachje ontsnapte uit haar keel bij het horen van zijn woorden; dacht hij nou echt dat hij haar de les kon lezen? ‘Natuurlijk zijn er ondoodden hier, daar ben ik me ook van bewust, maar als ze worden aangetrokken en hier naartoe komen kunnen het nooit meer zijn dan ik aankan.’ Zij was hier wel degene die theorieën in haar hoofd had over ondoodden, moest dat niet al genoeg zeggen over de tijd die ze had om na te denken? Ze had overal over nagedacht, was zelfs al bezig met plannen uit te stippelen – maar helaas kon meneer niet in haar hoofd kijken en daar had ze zich al bij neergelegd. Het bleef gewoon vervelend dat ze alles zowat letterlijk voor hem moest uitspellen. ‘We leven nu hier, op dit moment: wat inhoudt dat er nú nog niet veel ondoodden hier zijn en het dus veilig is. Ik weet dondersgoed dat deze plek geen kuuroord is en dus al zeker geen eeuwige veilige thuis basis, je kunt het niet eens honderdprocent ondoodden vrij noemen. Maar momenteel is het de veiligste plek,’ ze zweeg even, keek hem met eenzelfde blik aan die hij haar gaf: strak. Ze boorde haar ogen in de zijne, gaf hem geen kans om weg te kijken. ‘Er zal ooit een punt komen waarop het hier bezaaid zal worden met ondoodden omdat iedereen mijn idee deelt: but by that time I will be long gone. Ik heb hier al de rust om na te denken en zo altijd twee stappen vooruit te zijn dan de rest. Zo ook met mijn kennis over mensen zoals Rex.’
Dat was haar specialiteit: het vergaren van informatie en dus kennis. Kennis over wat de veiligste plek was op een bepaald moment, kennis over hoe de ondoodden werkten: alles. Het maakte haar niet uit hoe ze het kreeg, als ze het maar kreeg. Hoe meer kennis je had: hoe meer je wist en hoe beter je je dus kon voorbereiden. Vandaar dat ze de man ook niet gewoon had neergeschoten zodra ze hem zag: hij kon misschien wel belangrijke informatie hebben die ze kon gebruiken, zonder dat hij het wist.

Hij vond het niet leuk dat ze over de haak begon, maar wilde hem dan ook weer niet weggeven. Apart. Ze had verwacht dat hij er niet moeilijk over zou doen, om het niet extra opvallend te maken: want nu vroeg hij er gewoon om dat ze opmerkingen erover ging maken. Dus zou ze dat waarschijnlijk ook gaan doen, had ze een bezigheidje en misschien dat het er wel voor zorgde dat hij eerder weg zou gaan. Zou zij minder lang last van hem hebben.
Terwijl ze zijn spullen oppakte hoorde ze zijn klaagzang op de achtergrond, toen ze opstond keek ze hem met een opgetrokken wenkbrauw aan. ‘En dit meen jij toch niet? Wil je zo graag dat ik die pijl op je richt, begin bijna te denken dat je het fijn vond.’ Eerst zeuren dat ze hem niet vertrouwde en haar nu redenen geven om dat nog steeds niet te doen. Ze moest zich niet inhouden om te zuchtten om zijn gezeur. Gewoon naar de hut toe en dan heel subtiel een verhoor beginnen. Hij mocht het wel niet door hebben; de kans dat hij nog zin had om mee te werken was vrij klein.

Aangekomen bij haar hut klom ze omhoog, maar halverwege wachtte ze. ‘Wacht daar even.’ Deze tijden mochten dan zwaar zijn: het betekende niet dat ze graag iemand in haar hut wilde hebben als deze gewoon een puinhoop was. Haar kleren waren niet meer de schoonste, niks was nog echt schoon, maar haar hut kon er op zijn minst wel nog schoon zijn.
Eenmaal in de hut legde ze haar tas bij het matras, waarna ze deze snel een soort van opmaakte. Alle spullen werden erbij gelegd: daar waren ze veilig. Vervolgens pakte ze een krant en legde die ergens neer, waarna ze het konijn los maakte en het daarop neerlegde. ‘Oké, ik ben klaar.’ Rustig ging ze zitten achter de krant, had de goede pijl in haar hand. Ze had geen mes of iets dergelijks, dus om het konijn te villen moest ze altijd haar pijl gebruiken om hem open te maken. De ijshouwelen waren te groot en dus onhandig en ze had dan nog wel een hamer… Maar dat was gewoon not done.

OOC; Jep, ze gaat dat konijn villen voor zijn neus >3
Dus het is aan jou of hij dat later disturbing gaat vinden of niet, heb je alvast wat voorbereiding XD
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   za nov 16 2013, 10:09


Zoals ze nu bezig waren kwamen ze gewoon niet verder. Zij was te koppig en bleef maar doordrammen over haar menig. Het was ergens om gek van te worden. Moest hij nu werkelijk aan het liegen zijn, dan kon hij het begrijpen, maar het leek alsof hij niet eens de kans kreeg om alles uit te leggen. Die kans had hij echter wel gekregen maar het had geen enkel effect gehad. Ze had het niet gelooft en dat ging ze vast ook niet doen. Dat was dan maar haar probleem, Jonathan ging zich er niet meer druk om maken. Misschien moest hij het spelletje gewoon meespelen. Dat zag je in van die politie films ook altijd, je moest altijd meespelen in de fantasie van de verdachten. Ook al had hij niet het vermoeden dat de vrouw een misdadiger was, toch kon hij het proberen. Hij moest hij maar gewoon gelijk gaan geven en mee spelen. Dan was zij blij en kon ze niet meer gaan klagen. Ze zou haar zin krijgen en was dat niet wat ze wou? Toen dat ze aan haar volgende uitleg bestond sloeg hij zijn armen over elkaar en keek haar gewoon aan. Hij luisterde wat ze zei en terwijl dat hij in zijn hoofd zoveel commentaar had, besloot hij dat toch maar voor zich te houden, voor zover dat het ging natuurlijk. ‘Denk jij dat iemand hier om heeft gevraagd? Niemand wilt dode mensen hebben rondlopen.’ Zei Jonathan kalm. Zij was hier niet de enige die dat in deze situatie verkeerde. Iedereen die nog leefde had hetzelfde lot; proberen te overleven. Niemand had hierom gevraagd, niemand zou dit willen. Als je zo iets toch wou dan was je gek in je hoofd, maar dan echt gek. ‘Ik heb hier inderdaad nog niet over nagedacht, ik zie ook niet in waarom ik erover zou moeten nadenken. Stel, je weet dat als je aan een natuurlijke dood sterft je net als hen wordt, zou jij dan blij zijn met je toekomst? Ik weet het liever niet en sterf liever met de gedachten dat ik niet terug kom.’ Legde Jonathan uit. Het was niet wat hij eerst wou zeggen, hij wou het liefst commentaar geven, maar het was al duidelijk dat dat niet hielp. Het enige wat hij dus kon proberen was er verder op in gaan. Inspelen op hoe zij dacht, of dat probeerde hij toch. ‘En hoe zo; mensen die wel controle hebben over hun lichaam?’ Interesse tonen, dat was het enige wat hij nu nog kon proberen en ging proberen. Als dit niet lukte, dan gaf Jonathan het op.  Dan was ze in zijn ogen een onmogelijk geval en had hij hier enkel tijd verdaan. Iets dat eigenlijk ook het geval was. Toen hij het bos was in gegaan was zijn doel om zo naar de volgende stad te gaan om daar voor zonsondergang aan te komen. Dat kon hij nu echter al vergeten. De kans dat hij het einde van het bos haalde voor zonsondergang was klein, heel klein.
Eén van zijn wenkbrauwen ging om hoog toen ze wat moest lachen. Hij wist niet dat het zo grappig was op het moment, of dat zijn woorden grappig waren, maar kennelijk waren ze dat wel. ‘Natuurlijk, jij zal ze allemaal aan kunnen, dat geloof ik best.’ De sarcasme droop er bijna van af. Ze was zeker van zichzelf, ze overschatten zichzelf zelfs. Hij schudde traag zijn hoofd zonder dat hij haar aan keek. Jonathan keek haar wel weer aan toen dat ze verder begon te praten. ‘Als jij het zegt zal ik het maar geloven zeker. Het ziet er naar uit dat je zeker bent van je zaak, dat er niet verkeerd kan lopen. Je doet maar, er is niemand die je tegen houd, zelfs je gezelschap daar niet.’ Zei hij met een knikje naar Rex. ‘Eigenlijk doet hij helemaal niets.’ Persoonlijk zou Jonathan het niet aan kunnen om helemaal alleen door het leven te gaan. Hij was opzoek naar iemand die hij kon vertrouwen, iemand waarmee dat hij misschien een tijd mee samen kon reizen, maar tot hiertoe was hij niet echt iemand tegen gekomen. Toch gaf hij het niet op. Hij wou niet voor altijd als een eenzame ziel rond zwerven. Jonathan wou niet worden zoals de vrouw.

Natuurlijk vond hij het niet alles om de haak ook weg te doen. Het was het enige wat hem nog iets wat bescherming gaf. Het kon makkelijk het hoofd van een Walker open breken om zo bij de hersenen te komen. Je kon er veel meer mee dan met een stomp. Het bood hem bescherming en hij voelde zich gewoon veiliger als hij het ding bij zich had. Moest een Walker hem nu op de grond weten te duwen dan kon hij hem net bij zich weg proberen te duwen maar dat was het dan ook. Voor dat de doden begonnen te leven had hij er geen probleem mee, toen had hij de haak ook niet omdat hij het simpel weg niet nodig had. Terwijl dat zij ook weer begon te klagen wandelde hij dichter naar haar toe. Heel de tijd was er een bepaalde afstand tussen de twee geweest maar daar bracht hij nu verandering in. Wat kon hij nu ook doen? Zij had al de wapens, het was niet dat hij wat ging proberen. ‘Als jij mij nu gewoon vertrouwde moest jij geen pijl op mijn hoofd gericht houden, en dan moest ik mij niet volledig ontwapenen.’ Zij had geen reden tot klagen, dit alles was namelijk door haar doen. Als zij normaal had gereageerd, en als zij had aangenomen wat dat Jonathan had gezegd dan was het misschien nooit tot dit gekomen.
Uiteindelijk klom ze naar boven de hut in maar zei wel dat hij nog even moest wachten. Als hij al zijn spullen had gehad was dit het moment geweest dat hij weg was gegaan. Dan had hij Rex zijn hersenen nog doorboord en dan was hij weg gegaan, maar aangezien hij zijn spullen niet meer had, ging dat niet. Misschien dat hij het wel deed als hij eenmaal weg ging. Het enige wat hij kon doen was wachten en naar boven klimmen toen dat hij dat mocht. Het klimmen ging niet zo soepel als met twee handen maar hij geraakte boven. Toen hij daar eenmaal was keek hij even om zich heen. De hut zat vrij goed in een, dat moest hij toegeven. ‘Zelf gebouwd?’ Vroeg Jonathan uiteindelijk. Toen pas keek hij haar aan, en hij was even verbaasd om te zien dat ze een konijn aan het villen was, maar dat duurde niet lang. Hij had halve mensen gezien, de ingewanden en wie weet wat nog allemaal, dat konijn zag er nog goed uit in vergelijking met Walkers.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   za nov 16 2013, 12:43

Het leek erop alsof hij eindelijk gewillig leek te zijn; na wilde denken over haar woorden. Ergens vond ze het wel fijn: het feit dat ze eindelijk haar ideeën met iemand kon delen die niet alleen gorgelde als antwoord. Iemand die kon praten en een andere visie kon beiden, maar tot nu toe was het een hele stomme visie geweest. De man had haar zowaar teleurgesteld: ze had verwacht dat hij net zo nieuwsgierig, en daardoor dus ook enthousiast, zou zijn geweest als zijzelf. Kleine reality check: niet iedereen is zoals zij. Ze was het langzamerhand vergeten dat niet iedereen zoals haar was, niet iedereen dezelfde gedachtestroom deelde en ondanks dat ze het een nare realiteit vond moest ze het maar accepteren. De man ging echt niet veranderen als zij knipte met haar vingers, zodat ze door kon blijven switchen tot hij een persoonlijkheid had die haar aanstond.
Ze trok een bedenkelijk gezicht bij het horen van zijn opmerking op haar woorden. ‘Ooit televisie gekeken vroeger? Er waren zat mensen die zich hadden voorbereid op dit soort dingen; die zaten er stiekem wel op te wachtten lijkt mij. Of irritante, verwende, kleine kinderen die denken dat ze echt baas zouden zijn als dit zou gebeuren… Ik kan wel een paar types verzinnen.’ Opnieuw was het weer haar aparte visie op dingen die ervoor zorgde dat ze zo dacht over bepaalde aspecten. Zo dus ook over de ondoodden en hoe ze wellicht in elkaar konden zitten, hoe ze ontstonden enzovoorts. Rex had haar nooit commentaar gegeven op haar gedachtegangen, hij was hier niet eens toe instaat, dus was ze eraan gewend geraakt om gewoon alles te kunnen zeggen en dat het gewoon geaccepteerd werd – maar nu werd ze eraan herinnerd dat echte mensen niet zo werkten als Rex, helaas.

Met een serieuze blik keek ze hem aan; niet fel; niet aanvallend; niet schuw – puur serieus. Misschien dat als zij ook gewoon in de steden was gebleven haar gedachtes niet zo op hol zouden zijn geslagen en ze nu net zo zou denken als hem: simpel. Ze ging dieper in op dingen, omdat het kon want ze had toch niks anders te doen in deze stilte. ’Wij levenden zijn gewoon mensen die controle hebben over ons lichaam. Wie wil zeggen dat mensen zoals hem,’ een wenk naar Rex volgde, ’Zich niet meer bewustzijn van dingen? Wat als zij nog net zoveel bewustzijn hebben als ons, maar simpelweg geen controle meer hebben over hun lichaam? Wat als ze alles nog voelen, de pijn, het onbegrip enzovoorts? Heb je daar ooit over nagedacht?’ Een verbitterde blik kwam op haar gelaat, er leek zelfs een glim van pure pijn in haar ogen te staan voor een paar tellen. ’Ik weiger om dat te laten gebeuren; ik word nog liever levend verbrand dan dat.’ Dat was ook de reden dat ze haar biologische moeder had verbrand: zo was ze er tenminste zeker van dat ze niet meer zou lijden.
Net toen ze enige sympathie begon te tonen voor de man verpestte hij alles met zijn sarcastische opmerking en dat liet ze ook merken met haar blik die weer terugviel op een eerdere felle variant. ’Je weet niet waartoe ik instaat ben, mannetje,’ siste ze, ’Als je me toch gelooft, geloof je me ook als ik zeg dat één ondoodden vangen moeilijker is dan er tien te doden.’ Vervolgens haalde ze ook haar schouders op en keek ze hem nogal uit de hoogte aan. ’Daarbij heb ik twee handen, dus ik red me vast een stuk beter dan anderen.’ Ze hoefde niet eens namen te noemen, want het was overduidelijk dat ze hem gewoon bedoelde.

’Je zou hetzelfde hebben gedaan als je in mijn schoenen had gestaan,’ mompelde ze zachtjes, misschien zelfs wel zo zacht dat hij het niet eens kon verstaan. Het ging er ook niet om dat hij haar zou verstaan, het was meer voor haarzelf. Ze had nu wel door dat haar eerste ontmoeting met iemand anders tijdens deze tijden anders was geweest dan ze zich had voorgesteld, maar dit viel echt gewoon tegen. Meneer was gewoon een grote reality check en er was niks leuks aan, ze zou hem haast wegsturen – enkel bleef er de gewoonte om hem uit te horen voor informatie, want zonder dat had ze het echt gedaan.
Misschien was het niet zo’n slimme zet geweest om zijn haak af te pakken, want het was eigenlijk zijn… Andere hand. Oké, afleidende gedachte. Ze realiseerde het zich ook pas toen ze hem naar boven riep: kon hij wel klimmen zonder dat ding? Zijzelf kon prima met drie handen omhoog klimmen, ze was het gewend, maar misschien wel zo onhandig als maar kon. Als dat echt zo was zou ze zich dadelijk schuldig gaan voelen als ze ineens een plof hoorde die aangaf dat het hem niet lukte en misschien dat dan -
Oh, daar was hij dan toch. Ze wilde een zucht slaken van opluchting, maar hield deze binnen. Wat zou hij wel niet denken? Ze was de hele tijd zo fel en afstandelijk geweest, dat moest ze behouden, anders zou ze misschien kwetsbaar overkomen en wie weet wat hij wel niet zou doen als hij dacht? Hij bleef een man en zij een vrouw: fysiek bleef hij in het voordeel. Nu had ze wel genoeg wapens, maar wie zei dat ze snel genoeg was om ze te pakken? Hij kon haar heel gemakkelijk bij haar enkel pakken of iets dergelijks en er van weg trekken.
Stop.
Al die waangedachtes maakten het niet echt gemakkelijker. Ze moest het rustig houden in haar hoofd, dan zou alles goed komen. Ietwat geschrokken keek ze op wanneer hij wat vroeg, knipperde tweemaal met grote ogen waarna ze onopvallend haar hoofd snel schudde. ‘Ja,’ antwoordde ze ietwat aan de zachte kant, besloot zich maar op het konijn te focussen, ’Het feit dat ik deze hut heb kunnen bouwen is geloof ik genoeg bewijs dat ik echt altijd een paar stappen voorlig op andere mensen?’ Het was een echte vraag, lichte aarzeling en onzekerheid. Nu voldeed zij aan haar eigen droom: veranderde van persoonlijkheid zodra iemand in zijn of haar vingers knipte. Nou was dat niet echt gebeurd: maar bij wijze van.
Met bebloede handen staarde ze even naar het konijn. Ze had de vacht er afgehaald en was nu de ingewanden eruit aan het halen, maar was aangekomen bij het hart wat ze nu in haar handen had. Normaal zou ze het opeten, gewoon zo, het had een symbolische waarde; maar niet veel mensen kenden die waarde. Daarbij was het ook nog eens goed voor je. De kans dat de man dat zou weten was vrij klein en dus wist ze niet zeker of ze het nu wel moest doen. Ze legde het maar aan de kant, wist zo goed niet wat ze moest doen en ging maar door. ‘Maar, Jonathan, vertel mij eens; hoe heb jij zien te overleven tot nu toe?’ Ze sloeg haar ogen op en gooide daarbij ook een lok die voor haar ogen hing uit haar gezicht, waarna ze hem vragend aankeek. Van enkel reizen kun je niet leven, er moest nog iets anders en ze wilde erg graag weten wat dat was.

OOC; dat moment dat je je realiseert dat Ruth nog steeds haar naam niet heeft gezegd.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   zo nov 17 2013, 00:46


Voor dit begon waren er inderdaad al mensen die het hadden zien aankomen. Hoe dat ze het wisten was voor Jonathan één groot raadsel geweest, het had van met hun geloof te maken. Hoe dan ook, hij had die mensen altijd gezien als gekken. Ze waren niet goed in hun hoofd en hoorden niet tussen de normale mens te lopen. Als je echt een bunker gaat maken, eten voor een heel jaar, zelfs langer, gaat verzamelen dan kan het niet anders dan dat je gek bent. Nu moest hij zijn gedachten daar eigenlijk over gaan veranderen. Die mensen zaten nu misschien wel ergens veilig binnen met hun voorraad eten waar ze een hele tijd mee verder kon. Ze wisten dan misschien niet hoe het er buiten aan toe ging maar zij zaten veilig en zaten binnen. Niet zoals de mensen die nu buiten probeerde te overleven. Iedere dag kon je alleen maar hopen dat je het ging overleven. De kans dat je ineens van achter werd aangevallen zonder dat je er erg in had was groot. Je kon zo maar enkele Walkers tegen het lijf lopen en pech hebben. Iedere dag was overleven en hopen dat je de volgende dag zou halen. ‘Ze zaten er misschien op te wachten omdat ze verwachten dat het zou gebeuren, dat wil niet zeggen dat ze het willen. Ik denk dat zelfs die mensen liever het normale oude leven hebben.’ Jonathan kon zich niet inbeelden dat er iemand was die dit leuk vond. Die genoot van deze tijd en wou dat het nooit meer over ging.
Ergens was hij blij dat alles voor even niet meer zo aanvallend verliep. Zij vertelde gewoon wat zij vond en wat haar theorie was en het enige dat hij moest doen was luisteren naar wat ze allemaal zei. Zo ging het goed, hij wist enkel niet hoe lang dat hij dit zou kunnen volhouden. De gedachten die dat zij had was echter gewoon ziekelijk. Walkers die vanbinnen misschien nog gewoon mensen waren en alles meemaakten, enkel konden ze er niets tegen doen. Daar wou je toch niet eens over nadenken, en al helemaal niet op in gaan. Bij de gedachten alleen al trok hij een verafschuwend gezicht. Als wat zij zei waarheid was, dan wou hij al helemaal niet meer dood. Hij was liever een Walker zonder besef dan één met besef. ‘Nee, daar heb ik nog niet over nagedacht en eerlijk gezegd ben ik er blij om.’ Zijn blik dwaalde even af naar Rex. Stel je voor dat er vanbinnen nog een mens zat. Wat moest die dan wel niet denken van hen twee? Daarbij moest het voor hem dan ook niet leuk zijn om vast te hangen, hij zat al vast in een lichaam maar hij hing dan ook nog eens ergens aan vast. Eén ding was nu wel zeker, als Jonathan nu nog eens een Walker tegen kwam, dan ging die gedachten weer bij hem opkomen. Want ja, wat als ze vanbinnen nog mens waren.
Een zucht verliet zijn mond toen de situatie alweer veranderde. Hij had moeten weten dat de opmerking die hij gaf haar niet goed ging bevallen, dat had hij gewoon moeten weten. Met een afwachtende blik keek hij haar aan zonder er wat tussen te brengen. Als hij dat wel zou doen ging het niets helpen, het maakte het vast alleen maar erger. Toen ze alweer over zijn hand begon kwam er een gemaakte glimlach op zijn gezicht. ‘Wat een geluk dat je er twee hebt, stel je voor, wat zou iemand met één hand ook moeten beginnen in deze tijd? Zo iemand kan het toch onmogelijk overleven.’

Jonathan trok één wenkbrauw op toen dat hij haar wat hoorde zeggen. Het was enkel te stil geweest om te horen maar hij ging er ook niet achter vragen. Zo belangrijk was het vast niet geweest. Terwijl dat hij beneden moest wachten keek hij toch al naar boven. Hij probeerde gewoon iets te zien omdat hij wou weten hoe het er daarboven uit zag. Jammer genoeg kon hij vanaf het punt waar dat hij stond helemaal niets zien. Uiteindelijk kreeg hij dan toch de toestemming om naar boven te gaan. Normaal zou het zonder problemen gaan, nu had hij echter minder grip dan normaal. Hij moest iedere keer steunen op zijn linker arm zodat hij vervolgens de volgende ‘treden’ van kon nemen om dan weer hetzelfde te doen. Het verliep niet dat soepel, maar Jonathan ging zich daar niet door laten tegenhouden. Hij was dan ook boven geraakt en het eerste wat hij deed was om zich heen kijken. Het zag er goed en stevig uit, een hut waar dat je met een vertrouwd gevoel kon zitten en slapen, zonder dat je schrik moest hebben dat het ieder moment kon instorten. Ze had bevestigd dat ze die hut zelf gemaakt had en hij geloofde het. Er was natuurlijk een kans geweest dat ze deze hut toevallig was tegengekomen en er in was gaan wonen. Dat iemand anders de hut gemaakt had maar dat was niet zo, ze had het zelf gedaan en ze had nog gelijk ook. Ze stond een stap voor op de rest omdat zij een veilige plaats had. Voor nu. ‘Zeker, ik zie mezelf nog geen hut in elkaar steken.’ En hij had nog steeds geen veilige verblijfplaats. Wat betreft hem stond zij zeker voor. In plaats dat hij naar haar keek was zijn blik heel de tijd gericht op het konijn dat ze aan het villen was. Hij wist niet wat het was maar het trok zijn aandacht, maar zeg nu zelf, een kaal konijn is niet iets dat je dagelijks voorbij ziet huppelen. Toen ze was gekomen aan de ingewanden had het toch wel wat goors. Jonathan zette zichzelf ondertussen neer op de grond met één van zijn knieën opgetrokken. Pas toen dat de korte stilten waarbij dat de vrouw enkel bezig was geweest met het konijn werd verbroken keek hij weer op. Zijn blik terug gericht op haar. ‘Wat als jij eerst eens verteld wie je nu juist bent. Jij weet mijn naam maar ik nog steeds die van jou niet.’ De spanning van daarnet is ondertussen wat verdwenen en zij wist zijn naam al, al heel lang zelfs terwijl dat hij nog geen flauw idee had hoe ze haar kon noemen. Als hij antwoord kreeg op zijn vraag, dan zou zij ook antwoord krijgen op haar vraag.



Flutje, maar word was 3 keer uitgevallen en 3 keer moest ik terug opnieuw beginnen >3<
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   zo nov 17 2013, 04:28

In haar ogen was het logisch dat mensen die zich erop voorbereid ook wilden dat het gebeurde, ze hadden er ten slotte duizenden euro’s aan uitgegeven. Niet in een keer, maar de rekening werd toch steeds groter naarmate de tijd verstreek. Als zij zich zou hebben voorbereid op iets en dit haar een fortuin had gekost: dan kon het maar beter gebeuren ook. Anders was het gewoon zonde van al het geld, dus leek het haar gewoon normaal dat die mensen erop zaten te wachtten. Waarom zou je het anders doen? Je verwachtte sowieso dat het ooit een keer zou gebeuren, dus waarom moeilijk doen.
Ze trok haar beiden wenkbrauwen op bij het horen van de man zijn mening. ’Die mensen gaven duizenden euro’s eraan uit, natuurlijk wil je niet dat dat voor niets is. Daarbij zijn zij nu de helden, terwijl al die andere mensen die ze maar freaks vonden nu zelf de freaks zijn… Mits ze zijn veranderd in een ondoodde. Ze hebben er vast wel een soort van plezier in.’ Het waren meestal de types die altijd gepest werden, omdat ze anders waren, dus was dit een mooi soort wraak. Het was ziek, daar niet van: maar een betere manier kon je toch niet verzinnen. Hoewel zij het niemand toe zou wensen, maar meestal waren die types zo boos dat ze erdoor verblind werden. Ze zaten nu vast te lachen in hun bunkers, waren beland in hun eigen hemel: maar het zou niet lang duren of hun zou hetzelfde lot overkomen. Ooit moest die voorraad opraken en omdat ze totaal geen ervaring hadden met de buitenwereld waren ze automatisch ten doden opgeschreven.
Ze werd alleen maar geïrriteerder bij het horen van zijn woorden. Stom naïef ventje dat hij was, ze zou hem bijna vergelijken met een irritant insect. Een insect dat ze maar wat graag plat trapte en vervolgens lekker uitsmeerde over de grond, maar daar werd alles zo vies van. ’Waarom zou je er blij om zijn? Ik kan er tenminste rekening mee houden stel het is zo, ervoor zorgen dat ik niet terug kom zoals Rex en moet lijden. Je kunt niet kiezen of je wel een bewustzijn hebt of daarna: als ééntje het heeft hebben ze het allemaal, zo werkt het.’ Het feit dat hij naar Rex keek gaf eigenlijk al aan dat hij er nu wel over nadacht, of hij er nou blij van werd of niet. Deze hele werkelijkheid was absurd en het zou haar dus niet verbazen als dingen zo verdraaid, ziek en misselijkmakend werden dat die ondoodden eigenlijk nog een bewustzijn hadden. Dat het mensen waren, zielen, die opgesloten zaten in een afgrijselijk lichaam – ze hadden geen controle over zichzelf, deden vreselijke dingen en niets kon het stoppen. Totdat iemand ze door het hoofd schoot.
Oké, haar opmerking was stom geweest en ze had hem beter voor zich kunnen houden: maar het was nu wel duidelijk dat ze niet meer de scherpste was als het op communicatie aankwam. Al de skills die ze had waren verdwenen. Misschien dat ze haar excuses aangeboden had als ze niet dat gekke idee in haar hoofd had over hoe het werkte in de dierenwereld: je moest laten gelden dat je sterk was en mocht dus geen zwaktes tonen. Zo simpel was het en ze hield zich aan die woorden, totdat ze natuurlijk zeker wist dat zij de touwtjes in handen had – wat dus inhield dat zij alle wapens had.

Ze opende haar mond bij het horen van zijn woorden over hoe hij geen hut had kunnen bouwen, ze wilde weer een opmerking maken over het hele hand gedoe, maar hield het voor zich en sloot uiteindelijk haar mond maar weer. Het was wellicht beter om gewoon te zwijgen, gewoon focussen op het konijn. Wellicht dat hij de stilte niet zou kunnen verdragen, want zo kwam hij ergens wel over, en vanzelf zou beginnen te praten en haar alle informatie gaf die haar hartje begeerde. Echter bleef het gewoon stil terwijl zij het konijn aan het villen was, zorgvuldig alle organen eruit haalde. Je wilde tenslotte niet dat de maag of de darmen open sprongen en al de bacteriën en smurrie eruit kwam.
Gezien hij niet erover ging beginnen, nam ze maar het heft in haar eigen handen. Enkel zag hij het nu als zijn beurt om vervelend, of wel niet hard-to-get, te spelen. Zij had het eerder de hele tijd gedaan, dus erg vond ze het niet. ‘De naam is Ruth Collins,’ beantwoordde ze zijn indirecte vraag, ‘Zoals je kunt zien ben ik een vrouw, van rond de een meter zeventig en hoeveel ik weeg na dit alles weet ik niet. Verder ben ik familie loos en weet ik dus ook niet meer of mijn achternaam geldig is, dus mag je die vergeten.’ De vraag was wie ze was, nou dit was antwoord genoeg in haar ogen; ze was een vrouw, ze had een lengte en een naam. Verdere informatie had ze niet te geven wat die vraag betreft.
Met haar pols wreef ze eventjes onder haar neus, omdat deze jeukte. Ze scheen altijd jeuk te krijgen in haar gezicht wanneer ze niet kon krabben. Hierna keek ze hem weer aan. ’Voldoet dat antwoord en mag ik dan nu de mijne krijgen?’ vroeg ze, waarna ze hem een paar tellen aankeek en zich vervolgens weer tot het konijn richtte. Hem lang en eng aanstaren ging niet helpen, dus deed ze dat maar niet.

OOC; De mijne is ook niet de beste, sorry. Maar ik kon echt de concentratie niet vinden D:
En gisteren ging alles nog wel zo soepeltjes :c
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   zo nov 17 2013, 06:21


Des te langer hun gesprek duurde, des te meer het duidelijk werd dat ze beide helemaal anders in elkaar zaten. Hun meningen verschilden in ieder op zicht en ze werden gewoon gek van elkaar. Het simpelste zou zijn om hier gewoon over op te houden maar geen van beide deed het. Jonathan omdat hij zich gewoon niet wou laten doen, en hij vermoede dat de vrouw niet op hield omdat ze perse wou zeggen wat dat zij er van vond en hoe zij erover dacht. Misschien probeerde ze zelfs zijn gedachten te veranderen maar dat was tot nu toe niet goed gelukt. ‘Zij spendeerde er zoveel geld in omdat ze schrik hadden dat het ging gebeuren, niet omdat ze dat wilden. Nu willen ze dat nog steeds niet, daar ben ik zeker van. Volgens mij hebben ze liever dat al dat geld verspild is dan dat ze nu overal doden zien rondlopen.’ Het kon niet dat ze dit wilden. Niemand droomde van zo’n tijd, daar was hij gewoon zeker van. Verschillende mensen zaten nu bijvoorbeeld in hun bunkertjes te wachten tot dit over is. Jammer voor hen, op het moment zal het niet zo snel eindigen. Ze zitten vast in hun bunker en zullen er pas weer uit komen als hun voorraad op is. Dan zullen ze ook kunnen zien hoe de wereld er vandaag de dag uit zag en hoe dat de doden rond liepen. Als dit werkelijk was wat ze wilden, dan veranderde die hun mening ook al snel.
Hij wist niet precies wat hij verkeerd had gezegd, maar hij had het wel gedaan. Er gewoon op in gaan was niet goed genoeg meer, het enige wat hij kon doen was haar gelijk geven maar dat deed hij niet. Zij had haar mening en hij de zijnen. Geen haar op zijn hoofd dacht eraan om zijn mening te veranderen omdat een griet zo nodig gelijk wou hebben.  Daarbij was het enige wat dat hij deed zeggen wat hij er van vond. Als hij er nog niet over had nagedacht dan was dat toch zo? Hij kon moeilijk zeggen dat hij hetzelfde dacht als haar terwijl dat helemaal niet waar was. Daarbij was haar theorie gewoon gruwelijk. Hij wou er nog niet aan denken dat al de Walkers vanbinnen nog mens waren. Jonathan sloot zijn ogen voor enkele seconden toen dat hij weer een preek kreeg. Wat maakte het uit dat hij er nog niet over had nagedacht, het was toch zeker niet dat hij de enige was? Het was bijna zeker dat velen er nog nooit over hadden nagedacht. Uiteindelijk keek hij haar toch terug aan. ‘Ho kom op. Moet je er werkelijk zo’n drama van maken? Gewoon omdat die gedachten nog niet bij mij is op gekomen. Weet je, er zijn nog zoveel andere mensen die daar niet over hebben nagedacht omdat niet iedereen hetzelfde denkt.’ Gefrustreerd? Ja dat was hij op het moment, net zoals hij ook geïrriteerd was. Het was precies dat hij een misdaad had begaan door niet dezelfde gedachten gang als haar te hebben.

Het konijn dat ze aan het villen was moest haar eten wel zijn. De laatste keer dat hij gegeten had was een dag geleden en dat was ook de laatste keer dat hij zijn voeding had gezien. Op dat moment verbleef hij in een huis dat er op het eerste zicht veilig uit zag. Hij had het zichzelf makkelijk gemaakt. Een voedselvoorraad was er niet maar hij had nog enkele blikken die groeten bevatten en pasta en wie wist wat nog allemaal. Het zat allemaal te samen in één rugzak, maar aangezien hij die nu niet meer bij zich had wilde dus zeggen dat die rugzak niet meer in zijn bezit was. Dit kwam doordat hij onuitgenodigd bezoek had gekregen. Enkele Walkers waren binnen geraakt en hij had de tijd niet meer gehad om zijn rugzak te halen. Voor zijn eigen veiligheid was hij daar niet te lang blijven rond hangen. Enkele walkers had hij weten te doden maar hij nam het risico niet om zijn rugzak te gaan halen. Ergens anders was er vast ook nog wat te vinden, tot hiertoe was hij enkel nog niets tegen gekomen op wat bessen die in het bos groeide.
Uiteindelijk stelde de vrouw zich dan ook voor als Ruth. Ook al was dat eigenlijk het enige dat hij wou weten toch kreeg hij meteen nog meer uitleg. Zaken die hij niet perse moest weten maar toch te horen kreeg. Hij moest dan ook even lachen bij de beschrijving. ‘Je naam alleen was voldoende geweest.’ Reageerde hij met een glimlach. ‘Maar ik vermoed geluk. Niet teveel risico’s nemen, en door niet te lang op dezelfde plek te blijven.’ Het was niet dat hij één of andere geheime tactiek had verzonnen, over het algemeen was het gewoon geluk. Dat moest hij toegeven. Even keek hij weer naar zijn spullen die nu in het bezit waren van Ruth. Zij had ze nu dan wel, en op zich maakten dat niets uit, het belangrijkste was dat hij ze nog terug zou krijgen. Als ze het geweldige idee in haar hoofd zou krijgen om het bij te houden en zelf te gebruiken maakte ze een vergissing. Hij was niet van plan om alles hier achter te laten. Zij mocht dan wel over al de wapens beschikken, het waren niet de meest handige. Moest ze haar boog willen gebruiken zou zij die en een pijl moeten nemen om die er vervolgens nog eens op te plaatsen. In die tijd zou hij haar al lang tegen de grond kunnen duwen en het proberen te winnen met fysieke kracht alleen. Het zou dan zeker niet zijn bedoeling zijn om haar hier half dood achter te laten. ‘Je bent hopelijk wel nog van plan om die terug te geven.’ Hij gebaarde naar zijn spullen. Wat ze er ook mee van plan was, Jonathan zou alles proberen om ze toch nog terug te krijgen. Dat kon je misschien ook wel aan zijn blik zien.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ruth
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 123
IC Posts : 8
Registratiedatum : 03-11-13

Character sheet
Leeftijd: 25 Years 'ld
Chance of Survival: Give your immortality to me; I'll set you up against the stars.
Partner: You may have my number, you can take my name. But you'll never have my heart.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   zo dec 01 2013, 02:18

Was het een kwestie van trots? Wellicht wel, maar er kon ook ergens een schrijntje van ontkenning te vinden zijn aan de kant van de vrouw; ze weigerde toe te geven dat de persoon tegenover haar zo’n grote teleurstelling met zich meebracht tegenover haar. Natuurlijk had ze wel eens nagedacht over hoe ze zou moeten handelen met een ander persoon, die wel nog controle had over zijn of haar lichaam. Ze had zich zelfs voorbereid, zelfverzonnen gesprekken helemaal uitgedacht in haar hoofd: alle mogelijke wendingen had ze afgespeeld en gezien. Het leek net een spel met een heleboel verschillende eindes, meer slechte dan goede. Veel beters had ze niet te doen in haar vrije tijd waarin ze letterlijk gewoon niks deed, ze had niks te doen en er was ook niks te doen. Niets nuttigs althans en om onnozele dingen te doen… Dat was een luxe in deze tijden.
Ze wilde dolgraag een goed einde krijgen, maar het leek onmogelijk. Ondanks dat ze keer op keer dit soort scenes in haar hoofd had gespeeld en uitgedacht, zich dus een soort van mentaal had voorbereid, bleef de realiteit toch anders. En dan niet positief, maar negatief. Het was niet beter dan ze had verwacht, het was duizendmaal erger dan haar worst case scenario die ze soms in haar hoofd had afgespeeld. Natuurlijk had ze gehoopt dat de ander openminded zou zijn geweest, haar met ideeën met open armen had ontvangen en er met alle liefde mee over filosofeerde met haar. Maar meneer had zijn eigen ideeën en meningen en was zo koppig als een ezel, wat als resultaat had dat hij eigenlijk nergens voor openstond – als je het aan haar vroeg.

Ze wilde niet meer praten, laat staan discussiëren. Het putte haar uit, het was te lang geleden. Zij het zo dat ze nooit een mensen mens was geweest, maar dit soort van isolatie had die karaktereigenschap alleen nog maar versterkt. Het maakte haar niet meer uit wie gelijk had en ze was er nog maar half mee bezig, vroeg zich ergens zelfs af of het niet gewoon beter was geweest als ze hem gelijk had neergeschoten: dan was ze nu niet in zo’n vermoeiend gesprek terecht gekomen. Als je het al een  gesprek kon noemen. Figuurlijk gezien trokken ze gewoon aan elkaar, alsof ze aan het touwtrekken waren met elkaar. Geen van de twee wist van ophouden, maar ergens wilden ze ook het liefst gewoon dat verrekte touw loslaten: maar niemand wilde een verliezer zijn, dus bleven ze trekken.
’Volgens mij spelen ze gewoon vrolijk in een bunker twister, geen doodde gezien daar.’ Het was een zinloze opmerking, het had geen nut en toch zou het een van zo’n opmerkingen zijn die je je uiteindelijk het beste zou onthouden als je weer terugdacht aan dit moment. Waarschijnlijk omdat het zo zinloos was onthield je het zo goed, het was het simpelste aan dit alles en vandaar dat het het gemakkelijkste terug te halen was – waarschijnlijk. Om eerlijk te zijn had ze geen idee hoe dat werkte, maar bij haar was het altijd het geval dus had ze er maar een theorie aan verbonden. Puur door teveel vrije tijd, zoals eerder vermeld.
Ze wilde een kreet uitslaan, een gedempte kreet bestaande uit pure frustratie. Echter hield ze zich in, opende haar mond waarna ze enkele secondes wachtte – moest zich opnieuw weer inhouden om niet zomaar te gaan snauwen – waarna ze uiteindelijk wat zei: ’Ik maak er geen drama van, het is gewoon een mogelijkheid. Deze realiteit is toch al zo ziek en misselijkmakend, het zou me niet verbazen als dat er ook nog bij kwam,’ geforceerde kalmte, die duidelijk werd uit de glim in haar ogen die duidelijk maakte hoe graag ze hem wel niet wilde wurgen op het moment, ’En het maakt me niet uit of je er al over na hebt gedacht of niet, het enige wat hooguit irritant is, is dat je er niet over wílt nadenken. Face it: de wereld is ziekmakend. Des te eerder je je dat realiseert, des te gemakkelijker dit alles voor je wordt.’ Het maakte haar echt niet uit of hij er wel of niet bij stil had gestaan voor dit gesprek, ze begreep het ergens wel – maar dat je de gedachte gelijk wilde verdringen zodra hij werd opgeroepen vond ze stom. Het was een soort van ontkenning waar ze niet tegen kon; deze chaos en gekte was nu al zo lang bezig en had zich al zover verspreid dat je het niet meer moest willen ontkennen. En toch deed hij het, de dwaas.

Ze haalde haar schouders op bij het horen van zijn opmerking. ’Je vroeg wie ik was, een persoon is aan meer gebonden dan enkel een naam.’ Het was zijn eigen schuld en ze stak nog net haar tong niet uit, want stiekem was ze wel zo kinderachtig – maar dat hoefde hij niet te weten. Daarbij moest hij blij zijn dat ze niet haar hele persoonlijkheid aan hem openbaarde.
Met een frons keek ze op bij het horen van zijn antwoord. ’Geluk gaat gebonden aan risico’s,’ merkte ze zachtjes op, ’Dus ik geloof je niet. Je hebt enkel die haak van je en dat zwaard, dat is enkel voor verdediging. Het lijkt me stug dat je ermee jaagt.’ Haar blik zei de rest wel. Het kon niet dat hij al die dagen niets meer had gegeten. Er waren dagen waarop ze zelf niet at omdat er gewoon niks was, maar ze had minimaal een keer per week wel wat te eten. En als het echt zo was dan zou hij nu wel een andere blik op gelaat hebben, dan zou hij zijn ogen niet van het konijn af kunnen houden. Hopend dat hij door een of ander wonder ook wat zou krijgen. Ze zou dan eigenlijk niet weten wat ze zou doen, want ze was echt niet zo harteloos dat ze recht voor zijn gezicht zou gaan eten terwijl hij daar zat, proberend zijn maag stil te houden. Nou ja, hij had de blik niet: dus hoefde ze vast ook niet te delen.
Ze lachte zachtjes bij het horen van zijn opmerking over zijn spullen, hij leek ergens bijna wel bang. ’Heb je wel goed naar me geluisterd? Ik had gezegd dat je ze terugkreeg, ooit. Ik kan niks met je spullen, ik heb genoeg aan mijn ijshouwelen als korte afstandswapens; dat zwaard lijkt me onhandig. En wat moet ik in godsnaam met die haak, vissen?’ Daarbij was ze ook niet zo cru dat ze hem gewoon weg zou sturen zonder spullen, zonder enige vorm van verdediging. Ze was geen moordenaar, want als ze dat deed en hij zou doodgaan dan was het haar schuld en was ze indirect verantwoordelijk voor zijn dood.

Ze keek naar haar bebloede handen en daarna naar het konijn. Ze was zo goed als klaar, nu moest ze enkel nog een vuurtje maken en had ze over een paar minuten een maaltijd. Het was geen echte maaltijd, maar in deze tijden was het meer dan de normale mens waarschijnlijk nog binnen krijgen. Met een frons keek ze naar haar handen. Ze kon ze afspoelen in de regen, maar dat was niet echt optimaal. Ze had al een zeil uitgehangen dat water opving, wat ze er later uit kon wringen; maar momenteel had ze niet echt water. Haar voorraad was op.
’Ik…’ kwam er bedenkelijk over haar lippen, ’Mijn handen zijn vies.’ Ze kwam nogal verloren over, maar het feit dat ze niet vrij was om te doen wat ze wilde maakte alles wat moeilijk. Normaal dacht ze niet na en deed ze maar gewoon, maar nu moest ze rekening houden met haar gast. Als ze nu gewoon naar beneden zou gaan en hem achter zou laten… Wie weet wat hij zou doen. Misschien zou hij alles wel plunderen en wegrennen nog voor ze hem kon tegenhouden. Nee, dat zou ze dus mooi niet laten gebeuren.

OOC; Duizendmaal mijn excuses voor de delay en het feit dat hij waarschijnlijk nogal useless is >.<
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://m.youtube.com/channel/UC27LRCM2bRx3sdCHv03ekoQ
Jonathan
Living
Living
avatar

Aantal berichten : 125
IC Posts : 18
Registratiedatum : 25-10-13
Woonplaats : Narnia 8D

Character sheet
Leeftijd: 26 Years
Chance of Survival:
Partner: Even gutter rats have more manners than you just displayed.

BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   vr dec 06 2013, 10:06


Hij bleef erbij dat de mensen die zich klaar hadden gemaakt voor een Apocalyps het liever niet zouden meemaken. Ja ze hadden zich erop voorbereid, maar dat wilt toch niet zeggen dat je geen schrik hebt? Jonathan kon toch met wat zekerheid zeggen dat die mensen nu liever terug de tijd in gingen. Ze zaten bijwijzen van spreken als muizen in de val. Als ze in ene bunker zaten toch. Een glimlach kwam op zijn gezicht bij haar opmerking. Hij ging geen moeiten meer doen om haar gedachten daar nog over te veranderen. Eigenlijk probeerde hij het al heel de tijd niet, of in ieder geval toch niet bewust. Ruth vertelde haar mening en Jonathan de zijne, enkel werd zijn mening iedere keer weer afgeblaft. Het leek haast alsof hij een misdaad aan het plegen was omdat hij niet dezelfde mening deelde. Dat was het namelijk ook, het waren beide meningen, geen feiten.
‘Waarom zou ik erover willen nadenken? Ik heb betere zaken aan mijn hoofd dan nadenken over hoe die monsters nu eenmaal in elkaar zitten. Iedere dag gaat het over overleven en daar denk ik over na. Ik moet ervoor zorgen dat ik eten heb, water heb, een overnachtingplaats kan vinden. Over die zaken denk ik na. ’ Hij keek haar strak aan. Als hij er niet over wou nadenken was dat toch zijn probleem? Wat kon het haar schelen dat hij er niet over nadacht. De wereld ging er echt niet op beteren als hij dat wel deed. ‘Ik denk liever aan mijn eigen leven en het overleven.’ Daar ging het nu om, van s’morgens vroeg tot s’avonds laat was je bezig met het overleven. Natuurlijk was het allemaal makkelijker als je een hut had in het bos, hoog van de grond waar je veilig zat en kon nadenken over van alles en nog wat.

Jonathan kon het niet laten om nu toch even te lachen. Hoofdschudden keek hij haar aan. Het was gewoon grappig, ze geloofde werkelijk niets, of zocht het in ieder geval toch altijd veel te ver. Misschien wou ze gewoon meer uitleg dan een simpele antwoord. ‘Nee inderdaad, daar jaag ik niet mee. Over het algemeen heb ik vooral in de steden gezeten, er was daar nog voedsel te vinden dus had ik een voorraad opgeslagen.’ Begon hij. Ondertussen ging hij wat beter zetten, niet dat het hout van de hut erg goed zat maar hij ging er niet over klagen. ‘Na een tijd werd het natuurlijk zoeken naar het bruikbare want winkels worden snel leeggeroofd. Tot een tijd geleden had ik die voorraad nog maar die ben ik kwijtgespeeld. Ik was in een huis, Walkers kwamen binnen en ik had geen tijd om mijn zak met voorraden te halen.’ Hij had zitten vloeken toen dat was gebeurt. Het mocht dan misschien maar over enkele blikken gaan, na een tijd zouden mensen er een moord voor kunnen doen. Hij had er nog aan gedacht om terug te gaan maar het was nutteloos geweest. Er waren alleen maar meer Walkers naar binnen gegaan en hij wou zijn leven niet wagen voor enkele blikken. Ergens anders was er vast nog wel wat te vinden.
Het konijn dat ze ondertussen aan het villen was zag er gewoon niet smakelijk uit, en hoe langer je ernaar keek, hoe erger het eruit zag. Dat kwam gewoon doordat het nog één dood geheel was zonder vacht. Jonathan kreeg er werkelijk geen eetlust van. Misschien dat als het dier eenmaal was gebakken, en de geur goed te ruiken was, dat zijn mening dan veranderde. Nee, zijn mening ging dan wel zeker veranderen, daar kon je niet aan twijfelen. Daarbij mocht je in deze tijd ook niet te kieskeurig zijn, je mocht blij zijn als je wat had. Hij keek haar fronsend aan toen ze zacht moest lachen en zijn schouders haalde hij op. ‘Je kan altijd proberen om ermee te vissen maar ik denk niet dat het goed zal werken, of het moeten zeer grote vissen zijn.’ antwoorden Jonathan. Een glimlach speelde op zijn lippen terwijl hij haar aan keek. Het belangrijkste was dat hij zijn spullen terug zou krijgen als hij eenmaal weer vertrok. Nu dat hij daar boven zat was het niet echt nodig. Het was er veilig voor zolang dat het duurde. Niets wat voor eeuwig veilig. Er kon altijd iets gebeuren, een plank kon bijvoorbeeld los zitten of je kon ineens door het hout zakken, de grond op vallen en wat breken. Of erger. Het waren zaken waar je niet teveel over mocht nadenken en je niet te druk over mocht maken. Iets wat verschrikt keek hij om toen Ruth weer wat zei. Haar handen waren vies. Dat was precies wat hij moest weten. Verward keek hij haar aan voor dat hij een zakdoek boven haalde uit zijn broekzak. Het was niet veel maar het was iets. ‘Ik heb dit nog.’ Hij hield de zakdoek tussen twee vingers omhoog. ‘Geen nood, het is geen gebruikte.’ Verzekerde hij haar.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Wanna join me, come and play. But I might shoot you, in your face.
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
DeathWalker :: California :: Forest :: The Forest-
Ga naar: